Isings, de illustrator met de meeste titels op zijn naam, hechtte veel waarde aan het waarheidsgetrouw weergeven van de geschiedenis. Hij besteedde hiervoor veel tijd aan onderzoek. Door het bestuderen van oude werken en correspondentie met deskundigen vergrootte hij zijn eigen kennis. Als voorbereiding op zijn aquarellen, maakte hij studies van het desbetreffende onderwerp. Op de tentoonstelling werden twee studies getoond van de illustrator Isings. Deze studies, beide voor
Een Brabants dorp, ca. 1450 zijn nog in het Centraal Museum aanwezig. De eerste studie is een krijttekening op papier met zwart krijt en kleurkrijt, met wit gehoogd uit 1962. De blad- en beeldhoogte is 32,2. De blad- en beeldbreedte is 24,2 cm . Het gaat om de studie voor het schilderij
Brabants dorp ca. 1450. Het betreft een figuur in middeleeuwse kledij. De man leunt tegen een stok. Op zijn rug draagt hij een zak. De kop van de figuur is herhaald in een detailstudie. Dat is tevens het geval bij de honden en de hoofdtooi. Linksonder is een opschrift te lezen: Brabants dorp, ± 1450, 1. De tweede is ook een krijttekening, vrij naar Lucas van Leyden, met bruin en zwart krijt op papier (1962/ 32,4 x 24,2 (blad- en beeld). De studie toont een gebogen spelende doedelzakspeler. Op de achtergrond is een gebarende man te zien in middeleeuwse kledij. Hij draagt een grote rugmand. Opschrift: Brabants dorp, ± 1450 en Isings (signatuur). Als eigenaar wordt genoemd L. van Tongerloo uit Zeist. De afbeeldingen staan bovenaan de pagina.
Promotie op tv
In 1976 wordt een tv-programma uitgezonden over Isings. In een artikel citeert Bas Roodnat Isings die daarin zegt: ‘Als een baarbaar ging ik door de musea.’ Tijdens de tentoonstelling De geschiedenis gekleurd wordt het tv-programma opnieuw getoond. (bron: Het ontstaan van Isings Schoolplaten, NRC, 18 juni 1982). Op 12 juni 1982 zendt de NOS het programma De Schoolbank uit aldus een aankondiging in het programmablad Televizier waarin aandacht is voor de schoolplaat en de tentoonstelling.
De opkomst van de schoolplaat heeft onder andere te maken met een andere pedagogische en didactische kijk op kinderen. Onder invloed van de wet op het lager onderwijs (1857, (vaderlandse) geschiedenis als verplicht vak) en het idee dat kinderen ‘aanschouwelijk’ onderwijs moest worden aangeboden, is de schoolplaat voor de vaderlandse geschiedenis ontstaan. Schoolplatenseries die als voorloper kunnen worden gezien zijn de uit het Duits vertaalde De Vaderlandsche Historieplaten voor scholen en huisgezinnen van Eichmann en Altmann (1855, twintig afleveringen van elk drie platen), de platenserie van Ykema (1877, 24 stuks) en Hilverdink (1877, 3 stuks). Rond 1880 werd de serie Beschavingsgeschiedenis uitgegeven door N. Veenstra. Na vele jaren intensief gebruik van schoolplaten als leermiddel werd in de tweede helft van de 20e eeuw de schoolplaat vervangen door modernere leermiddelen zoals filmstroken, dia’s en school-tv
De onderwerpen en handelingen op de schoolplaten worden toegelicht in de bijbehorende docentenhandleidingen. De handleidingen zijn geschreven door de redacteuren van de schoolplatenserie. De handleidingen bevatten meestal een afbeelding van de besproken plaat. Verder is de handleiding voorzien van extra informatie, geïllustreerd met afbeeldingen.
S. Montag
S. Montag (Henk Hofland), bekend freelancercolumnist, schrijft ook een stukje naar aanleiding van de tentoonstelling. Hij noemt de schoolplaat een wonder want ‘daarop wordt vertoond wat niet gezien kan zijn’. In zijn column Lectuur nummer 119 (1982) schrijft hij over de enorme hoeveelheid details die ‘een onuitwisbare indruk achterliet op vele generaties schoolgangers’. Verder schrijft hij dat hij door een schoolplaatillustratie een antipathie kreeg tegen Michiel de Ruiter vanwege ‘de dikke krullen die onder zijn admiraalshoed uitkwamen’.
Datering
De schoolplatenserie is door verschillende uitgevers uitgegeven. Wolters uit Groningen komt in 1911 met de serie op de markt. Aan het materiaal en de druktechniek is te zien in welke periode is gedrukt. Zo zijn de eerste platen op karton uitgegeven. Later verschenen ze ook op linnen. De eerste chromolithografieën of steendrukken, de druktechniek tot ongeveer 1930, zijn gedrukt door J.L. van Leer uit Amsterdam. Deze platen zijn mogelijk voorzien van een drukkersteken. Later worden de platen gedrukt door drukkerij Enschede uit Haarlem. Deze drukker gebruikte een andere druktechniek; de foto-litho. Voor een geoefende kijker is het verschil met het blote oog te zien, een vergrootglas geeft meer zekerheid.
Ook is het opschift een indicatie wanneer de plaat is gedrukt. Zo heeft Wolters verschillende vestigingsplaatsen. In 1906 wordt de vennootschap J.B. Wolters Uitgeversmaatschappij NV opgericht in Groningen. In 1915 wordt er ook een kantoor geopend in Den Haag. In 1920 vestigt de maatschappij zich in Nederlandsch- Indië (Batavia, ná de onafhankelijkheid Djakarta geheten). Een ander belangrijke wijziging is de fusie tussen Wolters en Noordhoff op 1 januari 1968. NV Wolters-Noordhoff is ontstaan.
Op de schoolplaten wordt naast de uitgeversnaam ook de vestigingsplaats aangegeven. Na de fusie van Wolters Noordhoff (1968) wordt de verkoop van de serie nog maar enkele jaren opgenomen in de fondscatalogi. De rechten voor de schoolplatenserie worden in 1979 overgedaan aan De Vuurbaak uit Groningen.
In de loop van de tijd is het aantal redacteuren uitgebreid. De serie ontstond onder twee redacteuren; J.W. de Jongh en H. Wagenvoort. In 1927 worden er ook toelichtingen geschreven door de katholieke J.H. Werkman. Vanaf 1940 maakt J.J. Moerman ook deel uit van de redactie. In 1954 tenslotte zal ook D. Wijbenga zich bij de redactie aansluiten.
De docentenhandleidingen geven ook informatie over het ontstaan van de serie. Vaak is achterop de handleiding een lijst met schoolplaten weergegeven. Het uitgiftejaar voorin de handleiding, aangevuld met informatie over de redacteuren (soms alleen in de docentenhandleiding te lezen en dus niet op schoolplaten) geeft extra informatie. Al deze informatie kan worden gebruikt om de periode waarin de schoolplaat is gedrukt te schatten. Uiteraard zijn de fondscatalogi ook heel belangrijk om informatie te vinden.
Verhaal
Sommige van de in totaal 65 platen hebben een eigen verhaal. Niet alleen het historische verhaal dat op het leergierige kind moet worden over gebracht , maar ook een verhaal over hoe het in de serie is terecht gekomen en in veel gevallen er weer uit is verdwenen. Enkele platen (een aanduiding die Isings niet waardeerde, hij sprak liever van schilderijen) hebben verschillende herdrukken meegemaakt, andere zijn weer snel verdwenen. Hieronder worden enkele voorbeelden gegeven.
De Krijgsraad vóór den Vierdaaschen Zeeslag blijkt twee versies te kennen van de eerste serie (gedateerd 1911). Er is zeer weinig verschil op te merken (zoals bij de datering). Bijzonder is dat de herziene versie uit 1946 op het origineel niet is gesigneerd maar op de reproductie wel.
De plaat In een middeleeuws klooster kent drie versies. De eerste is zonder Mariabeeld en kruis, het tweede, gedateerd 1912 en 1930 toont dit wel . De laatste uit 1972 heeft in tegenstelling tot zijn voorgangers een verandering bij het raam. Hier zien we een houten luik dat bovendien in ander perspectief getekend is.
Hoewel Isings alle schoolplaten in aquarel uitvoerde, is de techniek van de plaat Uit de tijd van Trekschuit en Diligence olieverf op linnen (later op hout geplakt).
Een echte volhouder is Hollandsche Infanterie bij de bruggen over de Berezina, 1812 (Hoynck van Papenrdrecht). Deze plaat zal het tot het eind van de serie (jaren ’70) in de serie zitten. Aan de Hollandsche Waterlinie, van dezelfde ilustrator, gaat ook lang mee.
Twee platen werden vanwege hun gewelddadige karakter uit de serie gehaald. Het gaat om Floris V door edelen omgebracht (Jurres), vervangen door Floris V door edelen gevangengenomen, en De verovering van Tjakranegara op Lombok, 1894 (Hoynck van Papenrdrecht) Zij werden in 1928 niet meer aangeboden. Dit wordt ook gezegd van Ter Walvischvaart van Jetses.
Van de Slag bij Nieuwpoort (Isings) is bekend dat het op locatie is geschetst in de duinen bij Nieuwpoort. In december 1949 wil Wolters dat de plaat Tocht naar Chattam (Westermann) wordt vervangen. Het is weinig respectvol voor onze bevrijders als zij op deze plaat zien hoe zij in de zeventiende eeuw een vernedering moesten ondergaan.
De plaat Een stad in de Middeleeuwen toont een niet nader omschreven stad. Toch zijn alle details bestaand. De gemetselde boog en het kapiteel zijn naar het Haarlemse stadhuis, de weegschaal naar een beeld in Neurenberg. Het getoonde Mariabeeld uit Nijmegen staat op een console in de Nieuwe Zijds Kapel in Amsterdam. De afgebeelde balkadijn is afkomstig van een kasteel in Gemert. Op de achtergrond is het stadhuis van Kampen te zien met de toren van het stadhuis van Alkmaar. De woonhuizen zijn geschetst in Mechelen, Middelburg, Edam Zierikzee en Utrecht. (bron: Het ontstaan van Isings historische schoolplaten, NRC, 18 juni 1982.)
Vondel, tot het katholicisme bekeerd, wordt door Isings in de plaat over de Muiderkring (2 versies, 1929/52) niet al te prominent afgebeeld en was slechts op de achtergrond zichtbaar.
Van de schoolplaat Karel V, zijn twee versies bekend; met hoofddeksel en zonder.
Het ruiterstandbeeld Willibrord op het Janskerkhof te Utrecht zou als voorbeeld hebben gediend voor de plaat
Willibrord, de apostel der Friezen.
Het artikel
Schoolplaten vol historie: een boeiende expositie (1982)
, zegt dat de makers van de film
Vader des Vaderlands (eerste Nederlandse speelfilm mét geluid, 1933) zich ‘
nauwkeurig lieten leiden’ door de plaat van Isings over Karel V.
8-24 platen
In 1911 wordt de serie van acht platen aan het onderwijs aangeboden ‘naar oorspronkelijke aquarellen’ door uitgeverij J.B. Wolters uit Groningen. De redactie werd gevoerd door J.W. de Jongh en H. Wagenvoort. Slechts één van deze platen, Hollandsche Infanterie bij de bruggen over de Berezina, blijft tot aan het eind van de uitgave, begin jaren ’70, in de serie opgenomen. Er wordt aangekondigd dat er meer platen zullen volgen.
In de ‘Uitgaven van J.B. Wolters te Gronningen 1836 – 1911’ wordt de serie aangeboden als: Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis. Naar oorspronkelijke aquarellen van J. Hoynck van Papendrecht, G. van der Hove, C. Jetses, J.H. Jurres, G. Westerman J.J.R. de Wetstein Pfister e.a. De eerste platen zijn: De troepen van Bossu dringen Rotterdam binnen, 9 april 1572; De Romeinen in ons land. Een nederzetting bij eene vesting; Hollandsche Infanterie bij de bruggen over de Berezina, 1812; Eene vergadering van de Nationale Synode te Dordrecht, 1619; De verovering van Tjakranegara op Lombok, 1894; De belegering van het Huis te Voorst, 1362; Ter Walvischvaart en Karel de Groote in den kring van zijne geleerden. ‘De verdere platen zijn in voorbereiding.’
De grootte van de platen is 84 x 110 cM, prijs per plaat met geïllustreerde toelichting is fl. 1,90. Opgeplakt op ‘zwaar carton’ kost de plaat fl. 2,30. Een afzonderlijke geïllustreerde toelichting kost fl. 0,25.
Voor 1911 – 1912 kondigt Wolters de aanbieding van de complete serie van 24 schoolplaten aan onderverdeeld in vier series van elk zes platen. Eén van de series is dan nog ‘ter perse’. Nieuwe illustratoren zijn W.C. Staring en J. H. Isings. Deze opzet , chronologisch genummerd naar voorgestelde gebeurtenissen zal blijven bestaan. In de loop van de tijd zal de serie worden uitgebreid. Er komen platen bij en er worden platen uit de serie gehaald. Sommige titels worden vervangen. Tussen 1925 en 1928 wordt de serie vernieuwd. Platen van Jurres, Westerman, Van Hove en Hoynck van Papendrecht worden uit de handel genomen. Er worden hiervoor in de plaats twee platen van Van der Waaij en acht platen van Isings opgenomen. Hierdoor bestaat de serie vanaf 1928 uit 30 platen. Vanaf 1927 wordt een elftal toelichtingen geschreven door J.H. Werkman. Werkman is een man van katholieke huize. Hierdoor wordt de serie ook interessant voor het rooms-katholieke onderwijs. In 1940 wordt de redactie uitgebreid met J.J. Moerman. In 1942 telt de serie 42 platen. In 1954 wordt D. Wijbenga nog aan de redactie toegevoegd.
De serie in 1950 geeft ook weer een aantal wijzigingen weer. Zo zijn er elf platen vervallen. Platen van Van der Hove, De Wetstein Pfister, Staring, Hoynck van Papendrecht en Isings zijn vervangen door één nieuwe plaat van C. Jetses en negen nieuwe van Isings. Een tiende plaat van Isings wordt al aangekondigd; het zal echter nog jaren duren eer die plaat daadwerkelijk wordt opgenomen. De nieuwe platen krijgen geen jaartallen meer. Tot aan 1971 worden alleen nog platen van Isings toegevoegd. Sommige platen tonen nieuwe onderwerpen, andere platen uit deze serie worden vervangen. In 1971 telt de serie 42 platen. De meeste hiervan zijn van de hand van Isings. Slechts twee platen uit deze laatste serie zijn van andere illustratoren, één van Jetses en één Van Hoynck van Papendrecht.
De illustratoren die de scholplaten vervaardigden, werden vaak geïnspireerd door 19e eeuwse hisorie-schilderkunst. Tevens werden de illustraties hier vaak op gebaseerd.
J. H. Isings
Johan Herman Isings werd op 31 juli 1884 geboren in Amsterdam en overleed in 1977 in Soest. Hij woonde en werkte in Amsterdam, Zeist en Soest. Hij was leerling van de Tekenschool voor de Kunstambachten in Amsterdam. Hij was leerling van J. Visser en Georg Reuter. Isings schilderde, aquarelleerde en maakte pentekeningen van historische en bijbelse voorstellingen (deels als illustratie, voor een groot deel afzonderlijke taferelen. Isings gaf les aan H. Poeder.
G.B.J van der Hove
Van der Hove werd geboren in 1877 en overleed in 1936.
J. Hoynck van Papendrecht
Jan Hoynck van Papendrecht werd op 18 september 1858 geboren in Amsterdam en overleed op 11 december 1933 in Den Haag. Hij woonde en werkte in Rotterdam (tijdelijk in Antwerpen) 1878 – 1880 en Munchen in 1883. Tussen 1888 en 1891 in Amsterdam, tot 1893 in Nieuwer-Amstel, tot 1901 in Rheden en daarna in Den Haag. Hij schilderde, tekende en aquarelleerde landschappen met figuren maar vooral militaire onderdelen.
C. Jetses
Cornelis Jetses werd op 23 juni 1873 geboren in Groningen en overleed op 9 juni 1955 in Wassenaar. Hij woonde en werkte in Groningen en Zeist tot 1919, Den Haag (Scheveningen) tot 1938 en daarna in Wassenaar. Hij was als kunstschilder en tekenaar bekend als ‘de beroemde onbekende, die Nederland vormde’.
J. H. Jurres
Johannes Hendricus Jurres werd op 17 januari 1875 geboren in Leeuwarden en overleed op 2 augustus 1946 in Amsterdam. Hij woonde en werkte omstreeks 1890 in Amsterdam. Hij maakte reizen door Italie, Zwitserland (1899) en Spanje (1901). In 1921 werd hij hoogleraar aan de Rijksacademie te Amsterdam.
N. van der Waaij
Nicolaas (Nico) van der Waaij werd op 15 oktober 1855 geboren in Amsterdam en overleed op 18 december 1936 in dezelfde plaats. Hij maakte tussen 1884 en 1885 een studiereis door Italië, waar hij oude meesters kopieerde. In 1891 werd hij hoogleraar aan de Rijksacademie van Amsterdam.
J.J.R. de Wetstein Pfister
Jan Jacob Rudolf de Wetstein Pfister is op 1 maart 1866 geboren in Haarlem en overleed op 28 oktober 1937 in Wassenaar. Wetstein Pfister was schilder, aquarellist, illustrator en werktuigkundig ingenieur. De naam De Wetstein Pfister ontstond na een naamsverandering in 1868. Voorheen heette hij Pfister.
G.J.B. Westermann
Gerhardus Bernardus Josephes (Gerard) Westermann werd geboren in 1880 in Leeuwarden en overleed in 1971. Hij woonde en werkte voornamelijk in Amsterdam, maar maakte ook reizen naar Brabant, Limburg en Friesland. Tussen 1918 en 1945 was hij docent aan de Akademie voor Beeldende Kunst te Amsterdam. Westermann was onder andere leerling van Jurres. Hij schilderde en tekende (pen, pastel) figuren, portretten, landschappen en vooral paarden.