Home
Schoolplaten
Overige
Achtergrondinformatie
Offerte aanvragen
Info en contact
Boekverzoekjes
Actueel
In de picture
Antiquariaat Quaeckernaeck Oppapier.nl / Boekverzoek.nl
Schoolplaten, schoolspullen en antiquarisch drukwerk
Utrecht en schoolplaten (concept tekstversie)

 

Van Vredenburgh tot  over de Lek
(concept tekstversie)
 
 

Inleiding
Dit artikel gaat over de relatie tussen schoolplaten en de provincie Utrecht. Die relatie kan zijn dat de schoolplaat een afbeelding weergeeft van een locatie binnen of net buiten de provincie. De afbeelding kan ook een gebeurtenis afbeelden die met de geschiedenis van de provincie te maken heeft, ook als die gebeurtenis zich net buiten de provincie afspeelt. Er zijn ook bedrijven geweest die te maken hebben gehad met de productie van schoolplaten en die in de provincie waren gehuisvest. Zo zijn er ook auteurs, redacteuren en illustratoren die een relatie met de provincie hadden. 
 
Het artikel is geschreven voor iedereen die geïnteresseerd is in schoolplaten maar ook voor iedereen die via het perspectief van de makers van schoolplaten naar de provincie willen kijken. Dat is een perspectief die een aanvulling is op de gebruikelijke manier van kijken. De makers van schoolplaten, of dat nu uitgevers, redacteuren of illustratoren zijn, hebben zich laten leiden door het belang van locaties en situaties op het moment van verschijnen van die platen of juist doordat zij aanvoelden dat de situatie zou veranderen. De geschiedenisplaten zijn gemaakt met de kennis en moralen die met toentertijd over deze gebeurtenissen had.
 
Als uitgangspunt worden schoolplaten getoond en besproken die direct met de locaties en geschiedenis van Utrecht te maken hebben. Daarnaast zullen andere schoolplaten, uitgeverijen en illustratoren worden besproken die een band met Utrecht stad en provincie . Deze schoolplaten en ander illustratiemateriaal zullen extra informatie verschaffen.
 
De opzet van dit artikel is thematisch. In deel I wordt de provincie besproken aan de hand van de thema’s landschap, wateren, geschiedenis en gebouwen. In deel II schenk ik aandacht aan uitgeverijen, de tentoonstellingDe geschiedenis gekleurd’ en aan verschillende illustratoren. In deel III worden de afzonderlijke schoolplaten besproken.
 
Verantwoording inhoud:
Informatie over de provincie heb ik uit de Winkler Prins uit de jaren 1920 en1980, aangevuld met huidige informatie van websites die aan het einde van het artikel worden genoemd. De keuze van de bronnen heeft te onder andere te maken met de verschijningsdata van de schoolplaten aan het begin van vorige eeuw. De bronnen uit latere jaren heb ik gekozen om de veranderingen aan te geven. De meest recente informatie heb ik gevonden op websites die ook aan het eind van het artikel worden opgesomd. De informatie over de schoolplaten komt uit boeken over schoolplaten, catalogussen en van docentenhandleidingen die bij schoolplaten werden geleverd.
 
Verantwoording keuze schoolplaten:
De schoolplaten 2 t/m 12 hebben te maken met de een locatie in de provincie. Plaat nummer 14 tot en met 26 hebben te maken met de geschiedenis van de provincie. De platen 27 tot en met 31 tonen enkele belangrijke gebouwen in Utrecht. Deze schoolplaten zijn gemaakt om een gebeurtenis, locatie of een situatie vast te leggen. De twee provinciekaarten 1 en 13 geven de provincie weer.
 
De volgende schoolplaten vormen de basis en daarmee de structuur van dit artikel.
  1. Provinciekaart Utrecht Noordhoff
  2. Gezicht op de Rijn bij Wageningen
  3. Riviergezicht aan de Rijn bij Rhenen (hooge en lage oever)
  4. Riviergezicht aan de Rijn bij Rhenen (hooge en lage oever)
  5. Flamingo’s – Ouwehand Rhenen
  6. Leeuwenterras – Ouwehand Rhenen
  7. Zebra’s in Ouwehands Dierenpark
  8. Een Buitenplaats aan de Vecht, ± 1740
  9. Csaar Peter de Grote bezoekt een Buitenplaats aan de Vecht, 1717 (gezicht op het Huis en de Rivier)
  10. Csaar Peter de Grote bezoekt een Buitenplaats aan de Vecht, 171 (gezicht op de Tuin en de Waterwerken)
  11. Het Merwedekanaal bij Nieuwersluis
  12. Een Veenplas bij Loenen aan de Vecht
  13. Provinciekaart Utrecht Dijkstra
  14. Willibrord, apostel der Friezen
  15. Noormannen voor Dorestad
  16. Floris V door edelen gevangengenomen
  17. Gevangenneming van Graaf Floris V
  18. In een middeleeuws klooster (A)
In een middeleeuws klooster (B)
In een middeleeuws klooster (C)
  1. Een hagepreek buiten Utrecht, 1566
  2. Unie van Utrecht
  3. Aan de Hollandsche Waterlinie
  4. De aanhouding van Princes Wilhelmine aan de Goejanverwellesluis, 1787
  5. Ontmoeting der Princes Wilhelmina aan de Goejanverwellesluis
  6. Franse troepen trekken over de Lek, 15 januari 1795
  7. Naar het concentratiekamp, januari 1945
  8. Laatste gevecht aan de Grebbelinie
  9. In de rechtzaal
  10. Paleis Soestdijk
  11. Stichtse Boerenwoning
  12. Een stad in de middeleeuwen
  13. De Dom te Utrecht
 
Schoolplaten
 
De geschiedenis van Utrecht en ‘gezichten’ die het waard zijn om voor het nageslacht te bewaren, zijn vastgelegd op een aantal prachtige schoolplaten. Schoolplaten die velen nog kennen van hun schooljeugd of die je nog wel eens ziet op tentoonstellingen. Soms hangen ze als decoratie bij eetgelegenheden of in bedrijven.
De schoolplaat is een verzamelnaam voor leermiddelen die een voorstelling weergeven en die een didactisch doel hebben. De opkomst van de schoolplaat heeft onder andere te maken met een andere pedagogische en didactische kijk op kinderen.  Johan Amos Comenius (1592 – 1671) was een van de eersten die aanschouwelijk onderwijs propageerde. Ook Jean Jacques Rousseu (1712 – 1778) vond dat kinderen moesten worden opgevoed vanuit hun natuurlijke ontwikkeling en aanleg. Johann Heinrich Pestalozzi volgde deze zienswijze. Hij wees op de grote betekenis van aanschouwing. De voorstellingstheorie was voor Johann Friedrich Herbart (1776 – 1841) het uitgangspunt. Kinderen leerden vooral door middel van de zintuigen. Verschillende waarnemingen leiden tot associaties die het leren bevorderen. De eerste Nederlandse methode voor het aanschouwingsonderwijs kwam van de onderwijzer B. Brugsma (1797 – 1868). Hij bracht de serie Veertig platen voor het aanschouwingsonderwijs in de lagere en kleine kinderscholen (Wolters)uit, aanvankelijk voor hardhorende en dove kinderen. In 1855 werd door Eichmann en Altmann de platenserie De vaderlandsche historieplaten voor scholen en huisgezinnen uitgegeven. Onder invloed van de wet op het lager onderwijs (1857) en het idee dat kinderen ‘aanschouwelijk’ onderwijs moest worden aangeboden, is het gebruik van de schoolplaat als didactische middel toegenomen. Leerlingen waren tot dan toe vooral gewend om te leren van vertellingen en geschreven teksten. De Utrechtse schilder en auteur H.J. van Lummel bracht in 1857 een platenserie voor het aanschouwelijk onderwijs uit. Spoedig volgde andere uitgevers zoals Ykema uit Den Haag. Andere bekende schoolplatenseries zijn Schoolplaten voor het aanschouwingsonderwijs, Het volle leven, Ambachten en Bedrijven, Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis, Dieren in hun omgeving en Nederland in woord en beeld van Uitgeverij J.B. Wolters uit Groningen. Daarnaast is een bekende serie de Aardrijkskundige Wandplaten van Nederland van uitgeverij P. Noordhoff eveneens uit Groningen. Beide uitgevers gaven ook topografische wandkaarten uit. Schoolplaten werden in twee uitvoeringen uitgegeven. Er waren schoolplaten op karton geplakt en er waren platen op linnen geplakt. Vooral in de beginperiode was het met de kwaliteit van de inkten op de linnen platen minder goed gesteld. De onderwerpen en handelingen op de schoolplaten werden toegelicht in de bijbehorende docentenhandleidingen. De handleidingen zijn geschreven door de redacteuren van de schoolplatenserie. Ze bevatten meestal een afbeelding van de besproken plaat. Verder is de handleiding voorzien van extra informatie, geïllustreerd met afbeeldingen. Bekende Utrechtse redacteuren zijn Van Lummen (Kemink) en Werkman (Wolters). Na vele jaren intensief gebruik van schoolplaten als leermiddel werd in de tweede helft van de 20e eeuw de schoolplaat vervangen door modernere leermiddelen zoals filmstroken, dia’s en school-tv.
 
Utrecht en schoolplaten
 
Utrechtse bedrijven hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de productie  en publicatie van schoolplaten en er zijn ook een aantal situaties vastgelegd op schilderijen die zijn gebruikt voor de productie van schoolplaten. Utrechtse onderwijzers, redacteuren, kunstenaars en drukkerijen  zijn betrokken geweest bij uitgaven van ‘belangrijke’ uitgeverijen door heel het land. Informatie hierover is te vinden in deel II.
 
Hendrik Jan van Lummel, ‘de vader van het plaatvertellen’, mag worden genoemd als de een van de eerste en meest productiefste illustrators en redacteuren. Als jongen van zestien begon hij zijn loopbaan als hulponderwijzer bij een school om acht jaar later te worden benoemd tot hoofd van een openbare school in Houten. Gezien zijn protestants-christelijke achtergrond is het niet verwonderlijk dat hij in 1848 wordt benoemd tot hoofdonderwijzer aan de Vierde Hervormde Diaconieschool te Utrecht. De onderwijzer was ook lid van de Vereeniging voor het Christelijk Nationaal Schoolonderwijs en had daardoor een belangrijke bijdrage aan de samenstelling van schoolboekjes. Lummel was geen voorstander van openbaar onderwijs en vond dat je als christelijke onderwijzer geen politieke activiteiten mocht bezigen.
Hij was naast schoolhoofd ook schilder en combineerde zijn functies en ambacht voor het maken van verschillende series schoolplaten. Deze series bestonden uit schoolplaten en docentenhandleidingen. Er zijn ongeveer 150 platen die worden toegeschreven aan Van Lummel. De platen zijn onderverdeeld in vier series (zie Kemink). Van Lummel schilderde een groot deel van deze serie, maar zijn naam blijft ook na zijn dood in 1877 verbonden aan de uitgave. Na het overlijden van Van Lummel aan een ernstige ziekte,  wordt zijn schilderwerk overgenomen door Josef Hoevenaar.
 
Josef Hoevenaar werd als Utrechter geboren op de Zandbrug en overleed in de Nachtegaalstraat.[1] Hoevenaar was onderwijzer in de teken- en schilderkunst. Hij volgde Van Lummel op. In het begin had hij dezelfde tekenstijl als zijn voorganger, maar later ontwikkelde hij een eigen tekenstijl.
 
 
Een ander bekend illustrator voor het tekenonderwijs uit de provincie is Willem van Leusden. Van Leusden woonde in Maarssen / Maarssenveen. De kunstenaar gaf vanaf 1908 les op de Burgeravonschool voor jongens in Utrecht. In deze periode stond het tekenonderwijs nog onder invloed van de Reformbeweging.   Rond 1900 kwamen er vanuit de VS, Engeland, Duitsland en Zweden nieuwe denkbeelden overwaaien over de psychologisch ontwikkeling van kinderen. De aandacht kwam te liggen op de natuurlijke ontwikkeling van kinderen en Van Leusden ontwikkelde hiervoor een tekenmethode. Hij maakte in 1927 voor de uitgeverij Nijgh en van Ditmar uit Rotterdam een serie van twaalf platen voor het tekenonderwijs. Hij maakte deze serie samen met de lerares C. Bakhuizen van der Brink - Ozinga. De handleiding die er bij hoorde is Handleiding bij het tekenen op de lagere school. Van Leusden werkte ook voor de ‘School voor Kunst – Industrieel Onderwijs en de aan de Agatha Snellenschool in Utrecht. Bakhuizen van der Brink - Ozinga werkte aan het Gemeentelijk Lyceum voor Meisjes en aan de Gemeentelijke ULO in Utrecht. Hun methode was gericht op de motorische ontwikkeling van het kind. De serie telt twaalf platen. Ze zijn ontworpen voor het vijfde, zesde en zevende leerjaar (10-12 jaar). De serie bestaat uit: De stier, De kameel, Het geitje , Het stokpaardje, De kersen, De locomotief, De stoomboot, De zeilboot, De reiger, De poes, De wajangpop en De bewaarmap.
 
Origineel van Van Leusden
 
Herman Johann Isings is vooral bekend van zijn schoolplaten voor de vaderlandse geschiedenis. Voor Wolters (Noordhoff) heeft hij het grootste aantal platen voor de serie Schoolplaten voor de vaderlandsche geschiedenis gemaakt. Bijna allemaal aquarellen maar ook een olieverfschilderij. De in Amsterdam geboren Isings is in 1909 met zijn vrouw in Soest gaan wonen. Het eerste huis van de kunstschilder is in 1908 gebouwd aan de Hollenweg, thans Kolonieweg. Hier woonden zij tot 1916 met zijn eerste gezin, tot aan het overlijden van zijn vrouw. Kort daarvoor waren hun drie kinderen overleden. Tussen 1916 en 1918 heeft Isings in Zeist gewoond. Tijdens de tweedewereldoorlog hielp Isings joodse onderduikers. Hierdoor moest hij is zijn huis in Soest verlaten om er uiteindelijk in 1948 terug te keren. Tot aan zijn dood heeft Isings in zijn huis in Soest gewoond. Hij overleed daar op 77 jarige leeftijd. Isings was ook illustrator van uitgaven van W.G. van de Hulst, de vader van collega illustrator W.G. van de Hulst jr. Over Isings zijn twee films gemaakt. De eerste in 1974 en de tweede is een portret uit 1976.   
 
Cornelis Jetses, bekend van onder andere Ot en Sien, de Vertelsellaat en het daarbij behorende Hoogeveens’ leesplankje, de platenserie Het volle leven en de schoolplaten Aan het hof van Karel de Groote en Ter Walvischvaart heeft enige tijd in Zeist gewoond en gewerkt. Hij woonde en werkte daar tussen van 1909 tot en met 1919. Jetses heeft twee woonadressen gehad in Zeist. Eerst woonde hij op  de Tulpstraat 18 en later verhuisde hij naar de  Bergweg 37. Dit huis met atelier liet hij zelf bouwen.  De illustrator Isings heeft na het overlijden van zijn vrouw enige tijd bij de familie Jetses ingewoond. Jetses zou zich voor het interieur van de korenmolen hebben laten inspireren door de in 19814 afgebroken Zeister molen ‘De vriendschap’ van H. Schuurman. Ter ere van de tekenaar is in 1986 een bronzen sculptuur van Ot en Sien in Zeist geplaatst en door zijn dochter onthuld. Een replica hiervan wordt door de gemeente Zeist als waarderingssymbool uitgereikt aan personen die zich voor de Zeister samenleving hebben ingezet. Het beeld is te vinden in de buurt van de Promenade in het centrum van Zeist. In 1909 maakte Jetses twaalf platen voor het Zomerhalfjaar (II grasland, IV bouwland). In dit jaar maakte hij ook het ontwerp voor de Vertelselplaat. De uiteindelijke eerste versie van de van het verbeterde leesplankje en de bijbehorende vertelselplaat verschijnt in 1910. Rond 1911 wordt ook de plaat Ter Walvischvaart uitgegeven.
 
  
 
Ook de in Utrecht geboren Willem G. van de Hulst jr. heeft een aantal schoolplaten gemaakt. Van de Hulst was illustrator voor zijn vader, W.G. van de Hulst sr. Hij illustreerde onder andere kinderboeken. Van der Hulst schreef ook zelf verhalen en was daarnaast kunstschilder. Hij maakte ook meerdere schoolplaten. Vooral bekend zijn de zogenaamde ‘zomerplaat’ (1957) en de ‘winterplaat’ (1960), behorend zij de methode ‘ik zie, ik zie wat jij niet ziet’ van uitgeverij N. Samsom uit Alphen aan de Rijn en later bij Den Hertog uit Houten (?). Bij de methode Duizend jaar (1966) behoort de grote ‘Stedenplaat’. Tenslotte is er de methode ‘luister-kijk-lees’/ ‘de vier jaargetijden’ (1972). Daarbij horen de wandplaten Herfst in het bos, Winter in het weiland, Voorjaar aan het water en Zomer aan zee. Van de Hulst heeft tot op hoge leeftijd gewerkt in zijn atelier in Nieuwersluis. [titels verschillen in verschillende bronnen!]
 
Frans van Noorden is niet in Utrecht geboren, maar heeft er wel lange tijd gewoond en gewerkt. Hij is illustrator en ook auteur van een schoolplatenserie voor bijbelse geschiedenis bij Uitgeverij Sint Gregoriushuis. De serie heet Bellarminus Bijbelplaten en bestaat uit twee keer 30 platen. De serie is verdeeld in het oude (eerste 30 platen) en het nieuwe (laatste 30 platen) testament.
 
Andere illustratoren van schoolplaten die in de provincie Utrecht hebben gewoond zijn:
 
August Willem van Voorden heeft gewoond en gewerkt in Oud-Loosdrecht en Nieuw Loosdrecht in 1912 en 1913. Deze gemeenten behoorden toen nog bij de provincie Utrecht. Door zijn vele werk in en over Rotterdam werd hij ook wel ‘de Breitner’ van Rotterdam genoemd. Voor Uitgeverij Noordhoff uit Groningen maakte hij voor de schoolplatenserie Nederlandsche Landschappen, Aardrijkskundige Wandplaten van Nederland schilderijen  voor de platen De Boompjes te Rotterdam (1912) en Vóór Dordrecht (1913).  
 
Ludwig Willem Reijmert  Wenckebach heeft gewerkt in Utrecht tussen 1880 en 1886. Hier volgde hij in 1878 – 1879 ook schilderlessen van Van Lokhorst. Hij heeft tevens gezichten van het dorp Breukelen gemaakt. Voor Uitgeverij Noordhoff uit Groningen maakte hij voor de schoolplatenserie Nederlandsche Landschappen, Aardrijkskundige Wandplaten van Nederland de schilderijen voor de platen Een duinlandschap bij Schoorl (1912) en Aan het strand (1915)
 
Dirk of Derk Wiggers is in Amersfoort geboren. Voor Uitgeverij Noordhoff uit Groningen maakte hij voor de schoolplatenserie Nederlandsche Landschappen, Aardrijkskundige Wandplaten van Nederland de schilderijen voor de platen De Maas in Limburg (1914) en De Rijn bij Wageningen (1915).
 
Hendrik Jan Wolter woonde en werkte onder andere in Leusden. Voor Uitgeverij Noordhoff uit Groningen maakte hij voor de schoolplatenserie Nederlandsche Landschappen, Aardrijkskundige Wandplaten van Nederland de schilderijen voor de platen Weidelandschap bij Schiedam (1913), Het Merwedekanaal (1915), De zuidoostrand der Veluwe (1916), 
Landbouw aan de Noordkust van Groningen (1916), Een ven bij Oisterwijk (1926), De Groote Sluis te IJmuiden (1934), Het Koninklijk Paleis te Amsterdam (1934) en Het stadhuis te Middelburg (1934) Met deze acht platen heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan deze serie.
 
Tentoonstelling schoolplaten Centraal Museum Utrecht
 
In 1982, ruim honderd jaar na de introductie van de Nederlandse historische schoolplaat, wordt een tentoonstelling aangekondigd (persbericht Centraal Museum Utrecht). De tentoonstelling vindt plaats in twee musea. Van 14 mei t/m 4 juli is de tentoonstelling te zien in het Centraal Museum in Utrecht. Daarna, vanaf 23 juli, zal de tentoonstelling te zien zijn in het Drents Museum te Assen. De tentoonstelling krijgt de naam De geschiedenis gekleurd want; ‘Ze hebben onze beeldvorming van de historie bepaald, ja zelfs gekleurd,’ aldus de auteur van het persbericht. Daarnaast wordt in discussies, met de titel ook verwezen naar de vooral protestants-christelijke inslag van de gekozen onderwerpen.[2]


 Deel 1
 

De kleinste provincie
Utrecht is een mooi gewest met veel typen landschappen en een rijke geschiedenis. De provincie Utrecht is de kleinste provincie van ons land en beslaat een oppervlakte van 1385 km2 en telt tegenwoordig 1.220.324 inwoners.[3] Volgens de Winkler Prins uit 1922 was Utrecht negentig jaar geleden 1384 km2 groot (dat scheelt een vierkante kilometer!) en telde het in 1917 320.913 inwoners.[4] Ongeveer zestig jaar later is de provincie 1395,52 km2 groot (ruim 10km2 groter!) en telt zo’n 840.000 inwoners.[5] Het heeft in de loop van de tijd in inwoneraantal dus een enorme groei doorgemaakt. In oppervlakte is het ook toegenomen. Die verandering heeft te maken met verschillende plaatsen en gebieden die soms aan de provincie werden toegevoegd, zoals Woerden en Vianen, en in andere gevallen zijn afgestoten, zoals in het geval van Loosdrecht en de Loosdrechtse plassen. Op de schoolplaten van de provincie Utrecht van de uitgevers Noordhoff uit Groningen en Dijkstra uit Zeist is de situatie uit de jaren 20 en kort na de Tweede Wereldoorlog weergegeven. Op de platen is te zien dat Woerden en Vianen nog buiten de provinciegrens liggen. De Loosdrechtse Plassen liggen er nog binnen. Utrecht dankt haar naam aan haar hoofdstad. De provincie maakte deel uit van Het Sticht. Utrecht was daarin het Neder-Sticht, de overige ‘landen’ (Overijssel) het Over-Sticht. Het gewest Utrecht ligt centraal in het land en is daardoor al eeuwenlang aantrekkelijk voor bedrijven en ‘zetels’. In het noorden wordt de provincie begrensd door de Noord-Holland en het Eemmeer, in het oosten en zuiden door Gelderland en in het zuiden en westen door Zuid-Holland. De Nederrijn en Lek vormen grotendeels de zuidgrens. Deze grenzen zijn in de loop der tijden meermaals bestreden en soms veranderd.
 
Landschap
De provincie is in vier landschappelijke eenheden in te delen nl; een laag rivierkleigebied , een zanderig stuwwallengebied, een kleistreekgebied en een beekbezinkings- en laagveengebied. Over hoogtes wordt gezegd dat Utrecht vanuit het Z.O. naar het N.W. in het algemeen daalt. Utrecht is geen ‘aardrijkskundig geheel’ maar kan worden verdeeld in twee helften; de oostelijke Gelderse of Veluwse en de westelijke Zuid-Hollandse natuur. De heuvels en bergen die worden genoemd zijn de Utrechtse of Stichtse heuvels (zand- en grindrug), de Heimen- of Grebbenberg (40 m.), de Lijstering bij Rhenen (52 m.), de hoogten van Amerongen (66m.), de kunstmatige pyramide van Austerlitz (65 m.), de Soesterbergen (64 m.) en de Galgenberg. Vanaf de omgeving Huizen (32 m.) tot aan het zuiden in de Bilt daalt de heuvelrij tot een een smalle zoom van 10 tot 25 meter omgeven door een strook van 5 tot 10 meter. (Winkler Prins, 1922, 1980) De hoogtes zijn op de wandkaarten vaak weergegeven in kleuren. Soms is de hoogte er ook op aangegeven.
 
 
Wateren
Op de wandkaarten is ook goed te zien dat Utrecht een waterrijke gebied is. Er lopen rivieren doorheen en er zijn verschillende plassen ontstaan. De Rijn is de rivier die Utrecht aan de ene kant begrenst en ook doorsnijdt via zijarmen. De eerste kilometers heet de rivier gewoon Rijn of Nederrijn. De loop van deze rivier is veranderd, net als dat van andere rivieren dat honderden jaren geleden deden. De Rijn heeft in verbinding gestaan met de Zuiderzee. Ten tijde van de Romeinse tijd was de rivier de rijksgrens en was de Oude Rijn de belangrijkste stroom, zoals nu de Lek dat is. Vanaf Wijk bij Duurstede verandert de naam dus in de Lek en is er een afsplitsing die de Kromme Rijn heet die richting Utrecht Stad loopt. Deze Kromme Rijn splitst zich in Utrecht in de Vecht en de Leidse Rijn, die later overgaat in de Oude Rijn. De Vecht en Kromme Rijn zijn (deels) gekanaliseerd. De Vaartse Rijn en het Valleikanaal zijn beide net als het Merwedekanaal gegraven waterwegen. Twee andere rivieren die door de provincie stromen zijn de Eem en de Hollandsche IJssel. Hierover zijn voor zover ik weet geen schoolplaten gemaakt. De Hollandsche IJssel stroomt ook door Zuid Holland. Naast rivieren heeft Utrecht een groot plassengebied. De plassen die bij de provincie horen zijn de Tienhovense plassen, Maarseveense plassen, de Vinkeveense plassen en de Haarrijnse plas. Sinds 2001 behoren de Loosdrechtse Plassen aan Noord- Holland.
 
Water is natuurlijk altijd belangrijk geweest. Belangrijk omdat er veel mensen op af kwamen of er gebruik van maakte, maar ook omdat Nederland en dus ook Utrecht al eeuwenlang tegen het water vechten moest. Er is een groot aantal schoolplaten gemaakt waarin dat belangrijke water een item is. De rivieren de Rijn, de Lek en de Vecht komen in verhouding dan ook vaak voor op schoolplaten. Vooral de Vechtstreek is veelvuldig in beeld, bijvoorbeeld bij de schoolplaten Buitenplaats aan de Vecht, ± 1740 en Czaar Peter de Groote bezoekt een buitenplaats aan de Vecht, 1717 (2x). Er zijn nog meer schoolplaten over de Vechtstreek maar die worden behandeld in het artikel Schoolplaten over de Vechtstreek en Stichtse Vecht in schoolplaten.
   De Vecht is een Nederlandse rivier die als basis de Utrechtse Weerdsluis heeft en uitmondt in het IJmeer. Het beheer van de Vecht valt onder het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. De Vecht is ontstaan rond 600 voor Christus en maakte deel uit van de rijndelta en de bovenloop van het Oer-IJ. In de tijd van de Romeinen was de Vecht ook bekend onder de naam Fectio. Het lag aan de splitsing van de toenmalige Rijn en Vecht het gelijknamige fort Fectio. Uitbreiding van het Flevomeer zorgde er voor dat de verbinding met het IJ werd verbroken. De Vecht was in de middeleeuwen een belangrijke scheepvaartverbinding. Dat de Vecht belangrijk als vestigingsplaats voor Amsterdamse kooplieden is, blijkt uit de vele buitenplaatsen die langs de rivier zijn gebouwd. De stroomrichting van de Vecht loopt soms gedeeltelijk de rivier op. Dit wordt veroorzaakt door het waterpeil in het IJsselmeer dat soms aanzienlijk hoger staat dan in de Vecht. De Vecht heeft een aantal verbindingen met andere wateren. Zo is er een verbinding met het Amsterdam-Rijnkanaal (Merwedekanaal) en het riviertje Smal Weesp. In Nederhorst ten Berg is een sluisverbinding met het Hilversums kanaal.
 
 
‘’Vecht, Utrechtse, thans een gekanaliseerde rivier, was zeer waarschijnlijk oorspronkelijk een der beide armen, waarin zich de Kromme Rijn […] in de nabijheid der stad Utrecht splitste. In 1674 werd zij bij Muiden door een sluis afgesloten, in 1875 werd bij Nieuwersluis een sluis in de Vecht gebouwd voor militaire inundatien. In Utrecht ontvangt zij door de Weerdsluis o.a. het water van Vaartsschen en Krommen Rijn. Vooral als onderdeel van de Keulsche Vaart […] was zij voor de scheepvaart van veel belang. Daarbij vond men in de 18e eeuw langs haar oevers tal van buitens, waar de rijke Amsterdamsche kooplieden des zomers verblijf hielden, terwijl men er thans nog een aantal flinke, hoewel rustige dorpen aantreft.’’
(Encyclopedie Winkler Prins, vierde herziene en bijgewerkte druk, 1922)
 
’Vecht, Utrechtse (ook wel: Stichtse of Hollandsche Vecht), gekanaliseerde rivier in Nederland, stroomt van de stad Utrecht tot Muiden, waar zij in het Gooimeer uitmondt, ca. 40 km lang. Langs de Vecht staan nog verscheidene buitenplaatsen uit de 17e en 18e eeuw, alsmede de kastelen Zuilen, Nederhorst, Nijenrode en Loenersloot.’’ (Kleine Winkler Prins (Tweede herziene ed.). (1979). Elsevier)
 
Net als de Vecht is ook het Merwedekanaal meerdere malen op een plaat afgebeeld. Voor zover ik weet is dat bij vier platen het geval: Het Meredekanaal bij Nieuwersluis is een situatie in de provincie Utrecht; Het Merwedekanaal (bij Weesp 2x, De schoolplaat van …. bij Weesp lijkt mij ook bij Nieuwersluis gemaakt) en Merwedekanaal en IJ bij Amsterdam laten een afbeelding buiten Utrecht zien. Tussen 1881 en 1895 werd het Merwedekanaal gegraven. Het kanaal liep van Amsterdam naar Gorinchem. Het kanaal moest Amsterdam met het Duitse achterland verbinden. Ten noorden van de stad Utrecht, liep het kanaal tussen de Vecht en het spoor Utrecht-Amsterdam. Daarna werd het Merwedekanaal twee keer verbreed. In 1932 werd het kanaal van 35 tot 70 meter verbreed en in 1982 tot 100 meter. Tevens zijn alle obstakels voor de scheepvaart verwijderd. In de tussentijd is het kanaal ook van naam veranderd. Het kanaal mondt sinds 1952 niet meer in de Merwede uit maar in de Waal bij Tiel. Sindsdien heet het deel van het kanaal zoals op de plaat afgebeeld het Amsterdam-Rijnkanaal.
 
Middelen van bestaan
Utrecht is een gebied met veel veeteelt en met name in vroeger tijd enige visserij. Vooral de hogergelegen kleigronden in het westen van de provincie zijn bekend om de veeteelt en zuivelbereiding. Onder de landbouwgewassen waren tarwe, gerst, peulvruchten en aardappelen belangrijk evenals ooft zoals we fruit vroeger noemden. In de ‘Loopikerwaard’ werd vooral hennep geteeld. Van oudsher is de provincie op de zandgronden ook bekend van runder-, schapen- en bijenteelt. Op de lagergelegen zandgronden in het oosten worden rogge, aardappelen en boekweit geteeld.
   In 1914 was er onder andere 6.416 ha ‘woeste grond’ terwijl dat in 1833 nog 16.369 ha was. De veestapel omvatte in 1910 bijvoorbeeld 2.635 bijenkorven en 7.704 stuks bokken en geiten. 
Rond 1920 wordt in Rhenen, Amerongen, Leersum en Mijdrecht nog tabak verbouwd. De uitgestrekte bossen geven aalleiding tot houtteelt. Het hoogveen is in deze periode zo goed als afgegraven, maar het baggeren levert nog wel wat laagveen op.
De ‘vischvangst’ op de Zuiderzee wordt door Spakenburg (Bunschoten) uitgeoefend. Op de Rijn en Lek wordt zalm en elft gevangen. De eigenaar van Landgoed Sint Petersburg, Brands, had zijn rijkdom te danken aan de vangst en verkoop van rivierzis zoals baars.
Centra voor nijverheid zijn ‘Venendaal’ (wol en katoen), Amersfoort (katoen en tapijten) en ‘in den dorpen langs den Hollandschen IJssel’ worden manden en matten gevlochten van wilgenteen.
Als belangrijkste handelssteden wordt Utrecht genoemd.
 
Geschiedenis
 
Utrecht is de benaming voor het vroegere Neder-Sticht dat deel uitmaakte van Het Sticht waartoe ook Over-Sticht (Overijssel) behoorde. De Romeinse veldheer Corbulo legde in 47 n.C. vestingwerken aan bij belangrijke steden in de provincie.: Trajectum (doorwaadbare plaats) voor Utrecht, Levefanum voor Wijk bij Duurstede, Fectio voor Vechten en Laurum voor het gebied van Woerden. Nadat in de 3e eeuw de Germanen zich in dit gebied vestigden en later in de 7e eeuw de Franken het gebied veroverden hadden, stichtte de Angelsaksische zendeling Willibrord (ca. 658 -739) kerken en een klooster in de stad Utrecht[6]. Het gaat om de Sint Maartenkerk en de Sint Salvatorkerk (later de Oud-Munsterkerk genoemd). Willibrord wordt in 695 door de paus gewijd tot bisschop van de Friezen en krijgt de naam Clemens. Zijn zetel is Utrecht stad. Na de dood van Willibrord in 739 blijft de Utrechtse bisschopszetel enige tijd onbezet.
 
Een ander belangrijke gebeurtenis zijn de plunderingen door de Noormannen van Dorestad. Dorestad was in de Vroege Middeleeuwen een Friese handelsnederzetting die aan de splitsing van de Rijn en Lek lag. Deze stad is in de 7e eeuw ontstaan ongeveer ter hoogte van waar nu Wijk bij Duurstede ligt. Hoewel de Vikingen al voor 800 de Rijndelta hadden bezocht en beroofd, zijn hun bezoeken en plunderingen van na 800 talrijker. Het waren vooral Deense Vikingen die Nederland aandeden. Tussen 834 en 837 werd Dorestad jaarlijks door Noormannen geplunderd. Hoewel ze in eerste instantie vooral kustplaatsen bezochten, trokken zij later steeds verder landinwaarts. Hun met drakenkoppen versierde boten hebben meermaals Dorestad beroofd en in brand gestoken. De laatste vermelding van Dorestad is uit 863. Dorestad is niet herbouwd en de belangrijke functie werd later overgenomen door Deventer, Tiel en de stad Utrecht. 
 
 
Rond de 11e eeuw wordt Bisdom Utrecht een van de machtigste gewesten. Later moesten zij hun macht afstaan ten gunste van de Graven van Holland en Zeeland. De gevangenneming en de daaropvolgende moord op Floris V, dragen ook bij aan de machtsvermindering van Utrecht.
 
Op 11 april 1713 werd de Vrede van Utrecht gesloten om de oorlog tussen de Republiek, Engeland, Portugal, Pruisen, Savoie enerzijds en de Frankrijk anderzijds te beeindigen. Hiermee eindigde de Spaanse Succesieoorlog. De Unie van Utrecht is een verbond tussen Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht en de Ommerlanden op 23 januari 1579. Later volgden ook Overijssel, Friesland, Groningen (stad), en enkele Vlaamse en Brabantse steden (Venlo, Antwerpen, Breda, Brugge). De Unie van Utrecht was een reactie op de Unie van Atrecht (6 januari 1579). Deze Unie van Waalse gewesten wilden het Rooms-Katholieke geloof beschermen. Initiatiefnemer van de Unie van Utrecht was Jan van Nassau, Stadhouder van Gelre. Het verbond werd gesloten om gezamenlijk de strijd tegen de Spanjaarden aan te gaan. De leden van het verbond zouden bijvoorbeeld geen aparte vredesregelingen met Spanje aangaan. Andere afspraken waren een verbod op geloofsvervolging en een belasing ter bekostiging van de verdediging van de Unie. De Unie van Utrecht werd de grondslag voor de later opgerichte Republiek der Verenigde Nederlanden en vormde de enige formele band tussen de gewesten. Bron: http://historywallcharts.eu
 
De Vecht maakt deel uit van een oude verdedigingslinie; de Hollandsche Waterlinie. De Nieuwe Hollandse Waterlinie, die in 1815 gereedkwam, liep van Muiden naar de Biesbosch. De sluis in Nieuwersluis kon het water in de Vecht opstuwen waardoor gebieden ten oosten van de Vecht onder water kwamen te staan. Deze inundatiesluis werd op zijn beurt weer beschermd door het vlakbij gelegen Fort Nieuwersluis. Koning Willem III liet in 1877 een school bouwen voor de zonen van de militairen; de zogenaamde Pupillenschool.
In 1672 hield Fort Nieuwersluis stand tegen de oprukkende Franse legers. Vanaf 1673 maakte Nieuwersluis deel uit van de versterking van de Hollandsche Waterlinie. In 1850 werd het onderdeel van de Nieuwe Hollansche Waterlinie.
 
Bijzondere zetels
Utrecht huisveste onder andere ‘een der rijksiniversiteiten en de hooge school voor veeartsenijkunde, Paleis Soestdijk en het meteorologisch instituut en de munt’. Daarnaast een aartsbisschoppelijk seminarium te Rijsenburg en het seminarium der Oud-Bisschoppelijke Cleresie te Amersfoort. Verder onder andere een hogere burgerschool voor meisjes met vijfjarige cursus, 122 openbare scholen (1916) en 141 bijzondere scholen (1916). 
 
 
 
 Deel 2
 
Uitgeverijen en drukkerijen
Illustratoren en redacteuren
Uitgeverijen en drukkerijen
 
Uitgeverijen die een schoolplaat hebben uitgegeven van de provincie Utrecht staan hieronder opgesomd. Voor deze (school)wandkaarten beperk ik me vooral tot de kaarten die tot 1975 zijn uitgegeven. Deze kaarten zijn namelijk zeer goed beschreven door Lowie Brinks.
 
* betekent dat het jaar van uitgifte (volgens Brinks) niet op de kaart vermeld is, maar dat de informatie hierover van andere bronnen dan de kaart afkomstig is.
* geeft ook een bepaalde ‘waarschijnlijkheid’ aan.
 
De informatie is vooral afkomstig uit Bibliografie en foto-overzicht van de Nederlandse schoolwandkaarten (1801 – 1975) van Lowie Brinks.
 
C. van Bentum uit Utrecht heeft de Kaart van de provincie Utrecht uitgegeven. Het betreft een uitgave uit 1876*. De auteur is de bekende Utrechtse H.J. van Lummel. De kaart bestaat uit vier bladen. Schaal 1: 50.000.
 
H.J. den Boer uit Baarn heeft de Schoolkaart der provincie Utrecht uitgegeven. Het betreft een tweede druk uit 1913*. De auteur is L. W. van der Lee. De kaart bestaat uit meerdere bladen. Schaal 1: 50.000. Dezelfde kaart is daarvoor uitgegeven door Fels’ Boekhandel eveneens uit Baarn.
 
H. ten Brink uit Meppel (later) Arnhem heeft meerdere drukken van de kaart Utrecht uitgegeven. Het betreft allemaal kaarten met de titel Utrecht.
1.       H. Oldenburger, H. Blink, 1906*, 1e* druk door drukkerij J. Smulders & Co. uit Den Haag. De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal 1:100.000.
2.       H. Oldenburger, H. Blink, 1913*, 2e druk. De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal 1:100.000.
3.       (H.B.*) Bos,( J.*) Berends, (M.F.J.*) Wolters, 1933*, De kaart bestaat uit één kaartblad. ‘Moderne aardrijkskunde’.
 
C.L. Brinkman uit Amsterdam heeft de wandkaart Utrecht uitgegeven. Het betreft een uitgave uit 1876* of 1877*. De auteur is J.F. Jansen*, de drukker is Emrik & Binger uit Haarlem. De kaart bestaat uit vier bladen. Schaal 1: 56.000. De kaart hoort bij de Wandatlas van Nederland in 12 kaarten van dezelfde auteur.
 
Dijkstra’s Uitgeverij uit Zeist heeft de kaart Utrecht uitgegeven. Het betreft een uitgave uit ca. 1948*. De auteurs zijn W. Bakker en H. Rusch. De kaart bestaat uit een blad. Schaal 1: 63.800.
 
Fels’ Boekhandel uit Baarn heeft de Schoolkaart der provincie Utrecht uitgegeven. Het betreft een eerste druk* uit 1896*. De auteur is L. W. van der Lee. De kaart bestaat uit meerdere bladen. Schaal 1: 50.000. Dezelfde kaart is nadien uitgegeven door H.J. den Boer eveneens uit Baarn.
 
Sint Gregoriushuis uit Utrecht heeft de kaart Utrecht uitgegeven. Het betreft een uitgave uit de jaren 1950*. De kaart bestaat uit één kaartblad.
 
Heerenveensche Boekhandel voorheen A. L. Land uit Heereveen heeft ‘(Land’s lei-wandkaart van) Utrecht uitgegeven. Het betreft een uitgave uit 1910*.
 
Hebri uit Landsmeer heeft de kaart Utrecht / Gelderland uitgegeven. Het betreft een kaart uit de jaren 1980. De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal 1:75.000
 
P. Noordhoff uit Groningen heeft meerdere drukken van de kaart Utrecht uitgegeven. Het betreft allemaal kaarten met de titel Utrecht.
1.       J. Schoonebeek, 1896*, 1e* druk. De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal 1:90.000.
2.       J. Schoonebeek, 1909*, 2e druk door de drukker N. Hindriks & Zoon uit Groningen. De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal 1:90.000.
3.       R. Bos, 1906* of 1907*,  1e* druk. De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal 1:80.000.
4.       R. Bos, 1922*, 2e druk. De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal 1:80.000.
5.       R. Bos, K. Zeeman, 1934*, 3e druk. De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal 1:100.000.
6.       R. Bos, K. Zeeman, 1955*, 4e druk. De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal 1:100.000.
7.       R. Bos, K. Zeeman, M. L. de Ley, 1962*, 5e druk door drukker Gebroeders Van Dingen NV uit Groningen. De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal 1:100.000.
 
Gebroeders van der Post uit Utrecht heeft de Schoolkaart van de provincie Utrecht, met aanduiding der grondsoorten uitgegeven. Het betreft een uitgave uit 1882*. De auteur is D. Lameris. De kaart bestaat uit zes bladen.
 
W.J. Thieme & Cie. uit Zutphen heeft twee kaarten over Utrecht uitgegeven. Het betreft de kaarten:
  1. Schoolkaart van Utrecht uit 1924*. De auteur is G. Prop. De kaart bestaat uit twee bladen. Schaal 1: 100.000. De drukker is Senefelder uit Amsterdam.
  2. Kaart van Utrecht uit 1926*. De auteur is F.J. Gombert. De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal 1: 120.000.
 
G.B. van Goor (& Zonen) uit Gouda (later) Den Haag heeft de kaart Utrecht uitgegeven. Het betreft een uitgave uit ca. 1955*. De auteurs zijn (J.C.*) Kloosterman, (B.*) Koekkoek en (J.*) van Mourik. De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal 1: 75.000.
 
J. B. Wolters uit Groningen heeft meerdere drukken van de kaart Utrecht uitgegeven. Het betreft allemaal kaarten met de titel Utrecht.
1.       N.J. Visscher, 1875, door drukkerij G. Severeyns uit Brussel. De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal niet vermeld. De titel van de serie waar de kaart bij hoort is De provincien van Nederland voor de lagere school, bewerkt. Alleen de kaarten van Drenthe, Gelderland en Utrecht zijn verschenen.
2.        G. van Hees, D. Nieuwhof, 1923*, 1e* druk. De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal 1:100.000.
3.       G. van Hees, D. Nieuwhof, 1934, 2e druk. De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal 1:100.000.
4.       G. van Hees, H. P. de Loof, 1956*, 3e druk. De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal 1:100.000.
5.       Zonder auteur, 1965*, 4e druk, De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal 1: 75.000.
 
Wolters-Noordhoff uit Groningen heeft …
 
Joh. Ykema uit Den Haag heeft de kaart Utrecht uitgegeven. Het betreft een druk uit 1908* door drukkerij J. Smulders & Co. uit Den Haag. De auteur is J.J. ten Have. De kaart bestaat uit één kaartblad. Schaal 1: 75.000.
 
Er zijn ook kaarten die de provinciegrens overschrijden. W.J. Thieme & Cie. uit Zutpen heeft in 1901 de wandkaart Schoolkaart van het Hollandsch-Utrechtsche Polderland uitgegeven, gemaakt door J.B.A. Saeys. De Gebroeders Luijt uit Sliedrecht hebben in de serie wandkaarten voor de lagere school kaarten gemaakt die meerdere provincies bestrijken. De kaarten zijn gemaakt door K. Bottema en uitgegeven in 1896. Daarnaast zijn er nog kaarten over bijvoorbeeld de Randstad of de grote rivieren waar Utrecht ook op afgebeeld is (Wolters-Noordhoff). Meer informatie over deze uitgaven is onder andere te vinden op www.wereldaandewand.nl.
 
Uitgeverijen uit de provincie Utrecht die één of meerdere schoolplaten hebben uitgegeven zijn: Dijkstra’s Uigeverij uit Zeist, Sint Gregoriushuis (Fraters van Utrecht) uit Utrecht/Zeist, C. van Bentum uit Utrecht, Gebroeders Van der Post uit Utrecht, Kemink & Zn. uit Utrecht, W. Leijenroth – Van Boekhoven uit Utrecht, W.F. Dannenfelser uit Utrecht, Prodenta uit Amersfoort, Dierenpark Rhenen uit Rhenen, Fels’Boekhandel uit Baarn en H. J. Den Boer uit Baarn. 
 
Uitgeverijen die een schoolplaat hebben uitgegeven met een situatie of gebeurtenis in de provincie zijn: Wolters uit Groningen, Noordhoff uit Groningen, L. de Fouw uit Goes, M. Stenvert en Zoon uit Apeldoorn / Meppel, D. Mijs uit Tiel en Dierenpark Rhenen.
 
Drie belangrijke uitgeverijen die schoolplaten uitgaven, hadden als vestigingsplaats de provincie Utrecht. Kemink & zn. uit Utrecht en Dijkstra uit Zeist en Uitgeverij Sint Gregoriushuis (Fraters van Utrecht) uit Utrecht/Zeist.
 
 
Dirk Kemink & Zoon (tegenwoordig Selexyz Broese) heeft een geschiedenis die teruggaat naar 1753. Kemink was jaren daarvoor vanuit Doesburg naar Utrecht gekomen. Op 10 mei werd hij in ‘het burgerboek’ opgenomen. Hij kocht hiermee het burgerrecht van de stad. Vanaf de oprichting is de drukkerij/uitgeverij meermalen verhuist. Volgens het telefoonboek uit 1950 van de website www.de-wit.net was de drukkerij gevestigd aan het Domplein 2 en de boekhandel zat in de Domstraat. De drukkerij was te bereiken onder telefoonnummer 11989. In 1790 was Kemink gevestigd in de Stoutensteeg en verhuisde naar het Neude (1816) en later naar de Domstraat. In 1972 ging Kemink samen met Broese. Na verschillende overnames was Broese Kemink in 1974 de grootste boekhandel van Europa. Kemink gaf onder andere de (tweetalig: Nederlands, Frans) schoolplatenseries uit:
  • Bijbelse platen tot recht begrip der gewijde Geschiedenis;
  • Bijbelse platen tot recht begrip der gewijde Geschiedenis (herzien);
  • Platen ten gebruike bij ’t onderwijs in de Aardrijkskunde van Nederland;
  • Platenserie voor het aanschouwingsonderwijs
  • Platenserie voor het aanschouwingsonderwijs (herzien).  
Illustrator van deze schoolplatenseries en tevens auteur van de docentenhandleidingen is H. J. van Lummel (1815 – 1877). In 1996 wordt een herdenkingssetje van 47 schoolplaten van 21x15 cm uitgegeven door De Besturenraad Protestants – Christelijk Onderwijs.
De eerste serie bijbelse platen is in 1879 uitgegeven en door H. J. van Lummel geïllustreerd. De lithograaf was W.J. Lts. Van Bueren uit Utrecht. De herziene uitgave uit 1927 is eveneens door Van Lummel geïllustreerd maar voor deze serie was Treslong & Co. de lithograaf. Op de website van Verzameling in Beeld zijn enkele platen op linnen met stok getoond.
De eerste serie (A-reeks) van 49 platen voor het aanschouwelijk onderwijs telt vijf drukken. De eerste druk in grijstonen is uit 1857, de vierde uit 1876 en de vijfde druk uit 1879/1880. Van de tweede en derde druk zijn mij geen data bekend. De verdeling van de eerste serie heeft de volgende thema’s: deugden en ondeugden (6), ambachten en bedrijven (32) en woonomgeving (11 ). De tweede serie (B-reeks) schoolplaten uit 1862 en 1870 bestaat uit 36 platen met de thema’s: delfstoffen, planten, dieren en het dagelijks leven.
 
De herziene uitgave bestaat uit 64 platen. Er worden meerdere lithografen genoemd. Treslong en …
 
De platenserie over aardrijkskundige zaken wordt in 1879 uitgegeven. De serie bestaat waarschijnlijk uit twintig platen.
 
 
 
Dijkstra’s Uitgeverij (Zeist NV, ook Dijkstra Educatieve materialen, Zeist-Holland) is volgens het telefoonboek van www.de-wit.net uit 1950 gevestigd aan de Wilhelminalaan 41 en heeft het telefoonnummer 3505. De eigenaar van de uitgeverij, S.J.P. Dijkstra (broer van Dijkstra uit Gronignen), woont aan de Huydercoperweg. De uitgever heeft vier series schoolplaten gemaakt:
  • Kinderprenten (10 platen),
  • ABC Eilanden (6 platen),
  • Leesfeest (1 plaat)
  • Ons eigen land (A en B (1941), Ons werelddeel (1949) en Onze aarde (1949).
Drukkerij J. van Boekhoven heeft drukwerk verzorgd voor Dijkstra.
 
 
 
Uigeverij Sint Gregosiushuis uit Utrecht heeft meerdere schoolplatenseries uitgebracht. De serie Bellarminus Bijbelplaten is onder redactie van Frater M. (B.)ellarminus Mol uitgegeven. De illustrators hiervan zijn Frans van Noorden en Ben Horsthuis (1918 – 1998). Voor het leesonderwijs is de serie Lees mee (B. Mol) uitgebracht. Deze serie bestaat uit vijf platen van dezelfde illustrator en uit vijf platen met foto’s die zijn gemaakt door M.A.J. van Bommel. Daarnaast is de kaart De Weg door de tijden, Chronlogische uitbeelding van het Oude en Nieuwe Testament uitgegeven. De uitgeverij heeft ook in de jaren ’50 een aantal topografische provinciekaarten uitgegeven waaronder een van Utrecht (195x) uitgegeven. Verder heeft Bellarminus voor de uitgeverij de kaarten Kaart van Palestina voor oud- en nieuw testament behorend bij "De weg naar en met Christus", Jerusalem in Christus' dagen behorend bij De weg naar Christus, de weg met Christus, De oude wereld behorend bij De weg naar en met Christus en de Reizen van Paulus gemaakt. In een catalogus worden ook aardrijkskundige landkaarten van Uitgeverij Rossignol aangeboden. Uitgeverij Sint Gregoriushuis van de Fraters van Utrecht, is volgens het telefoonboek uit  1950 gehuisvest aan de Nieuwe Gracht nummer 16 te Utrecht. De drukkerij is eerder al in 1947 overgeplaatst naar hun pand in Zeist. Het was gelegen aan de Kroostweg 147A. 
 
 
 
Gebroeders van der Post uit Utrecht maakte (samen met A. Ophorst uit Wageningen[7]) drie schoolplaten voor de schoolplatenserie Vaderlandsche Historieplaten voor scholen en huisgezinnen (1877) onder redactie van W. J. Hofdijk en A. Heynsius. De schoolplatenserie is geïllustreerd door Joh. Hilverdink en bestaat uit : De tocht naar Chattam, Het kaas- en broodspel en Het vinden van het lijk van Karel de Stoute. De uitgeverij heeft ook een wandkaart van Utrecht uitgegeven. “Laméris (D.) Schoolkaart van de provincie Utrecht, met aanduiding der grondsoorten. Utrecht, Gebr. van der Post. 1882. 6 bladen gekl. Lithogr. plano.
 
Uit: R. van der Meulen, Algemeene aardrijkskundige bibliografie van Nederland, Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, Leiden E.J. Brill, 1888
 
D. Laméris (1847 – 1924) is waarschijnlijk dezelfde Laméris waarnaar wordt verwezen als men het heeft over de School van Laméris. Het gaat dan om de school aan het Schoolplein 6 in Utrecht. Laméris is hier schoolhoofd. Het is een zogenaamde school van het 5e soort. De typering van scholen verliep van armenschool naar school van het 5e soort. Later wordt de school in gebruik genomen door de Tweede Christelijke HBS (De Ragayschool). 
 
Uitgeverij W. Leijdenroth - Van Boekhoven uit Utrecht heeft onder andere de schoolplatenserie Onze beschavingsgeschiedenis in beeld uitgegeven[8]. De redacteur is G.J. Vos en de illustrator is  A.J. Groenewegen. De serie bestaat uit zes platen: Oud Frankische hoeve, Inval der Noormannen, De Utrechtse jaarmarkt in de middeleeuwen, De eerste Oost-Indievaarders op de Reede van Bantam en Boerenkermis. Plaatnummer 4 is niet bekend bij Verzameling in Beeld. Een andere serie schoolplaten gaat over dieren: schapen, varkens, ganzen, reeën, de koe & het kalf, het rendier en de struisvogel. Daarnaast heeft de uitgeverij schoolplaten gemaakt over een kreeft, spieren en het skelet en een aantal dierplaten. Drukkerij Van Boekhoven is een aantal keer samengegaan met andere uitgeverijen en heeft verschillende naamsveranderingen ondergaan. Na het overlijden van de oprichter Jacobus van Boekhoven op 14 mei 1897, heeft zijn tweede vrouw, Adriana Johanna Leijdenroth (1814 – 1917, schilderes), het bedrijf voortgezet. Van Boekhoven heeft onder andere de volgende vestigingsadressen gehad: Begijnhof (Wijde Begijnehof) (1844?) 1853 , Voorstraat 14 Utrecht (De Coninck van Poortugael) en de Breedstraat. [meer info opvragen] Voor Dijkstra uit Zeist hebben ze schoolplaten gedrukt.
 
Uitgeverij W.F. Dannenfelser uit Utrecht heeft rond 1876 de schoolplatenserie Platen voor natuur en werktuigkunde uitgegeven. Willem Frederik Dannenfelser is geboren op 26 mei 1826 en overleed op 11 mei 1894. Tussen 1847 en 1878 was hij werkzaam in Utrecht. De maker van de serie was J. L. Hoorweg, de lithograaf was L. van Leer & Co uit Haarlem. De eerste serie bestaat uit tien platen: Brugbalans, Uurwerk figuur 1, Uurwerk figuur 2, Barometers, Luchtpomp, Pompen, Brandspuit, Thermometers, Locomotief en Gasmeter. De tweede serie bestaat eveneens uit tien platen: Katrollen, Lier, Schroefpers, Areometers, Hydraulische pers, Waterrad, Stoommachine van Watt, Electriseermachine en Telegraaf (2x).
 
Van de Steendrukkerij Fa. Versluys & Scherjon te Utrecht. Hun naam wordt enkele malen vermeld op schoolplaten. Bijvoorbeeld bij de platen van Van Lummel door uitgeverij Kemink & Zn. en bij de platen van Groenewegen door uitgeverij Leijdenroth Van Boekhoven. In de Naamlijst voor den Telefoondienst van 1915 (www.de-wit.net) wordt hun bedrijf als volgt vermeld: ‘1338 Scherjon, W., fa. Versluijs en Scherjon Steendrukkerij, Oudegr. T.Z. 139’. Sinds 1925 gaat M. Scherjon verder als onafhankelijke zaak. [?? M en/of W?]
 
Het Verbond voor Veilig Verkeer (voor 1948 ‘Verbond van Vereenigingen voor Veilig Verkeer’, later Veilig Verkeer Nederland’) heeft ook een aantal schoolplaten uitgegeven om de veiligheid van het verkeer te bevorderen. Een stimulans was de verplichting voor basisscholen om vanaf 1959 in het derde leerjaar, verkeersonderwijs te verzorgen. De uitgegeven schoolplaten gaan over verkeersborden en signalen in het verkeer. Op de website van Verzameling in Beeld worden twee platen getoond. Het Verbond was gevestigd aan de Servetstraat 5 in Utrecht.
 
Uitgeverij Paters van de Heilige Geest was gevestigd in Rhenen. Zij hebben de schoolplatenserie Wandplaten voor de school, zeven H. sacramenten en de H.H. wijdingen en de Wandplaten over het H. misoffer uitgegeven. De fotograaf van de platen is Martien Coppens (1908 – 1986).
 
 
Uitgever C.H.E. Breijer (en voorheen E.J. Brill uit Leiden) heeft in 1897 een schoolplatenserie uitgegeven over Nederlandsch Oost-Indie. De handleiding bij Nijlands Schoolplaten van Nederlandsch Oost-Indie: ‘’E. Nijland, Handleiding van het volksleven der bewoners van Nederlandsch Oost-Indië tevens leidraad bij de 12 schoolplaten van Nederlandsch Oost-Indië., E. Nijland directeur der N.H. Burgerschool (afd. jongens) der Marnix stichting te Utrecht’’.
 
Dierenpark Rhenen uit Rhenen heeft drie platen uitgegeven over het dierenpark. Het gaat om de platen Flamingo’s - Ouwehand Rhenen, Leeuwenterras- Ouwehand Rhenen en Zebra’s in Ouwehands Dierenpark. De platen zijn gedrukt door Drukkerij Van Dooren (?) NV uit Vlaardingen.
 
Uitgeverij Van Bentum uit Utrecht heeft een kaart van de provincie Utrecht uitgegeven. H.J. van Lummel wordt als maker aangeduid. “Lummel (H.J. van) Kaart van de provincie Utrecht, op de schaal van 1:50.000. Utrecht, C. van Bentum. 1876. 4 bladen gekl. lithogr. (115 bij 80 cm.). plano”
 
 
Uit: R. van der Meulen, Algemeene aardrijkskundige bibliografie van Nederland, Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, Leiden E.J. Brill, 1888
 
NV Prodenta te Amersfoort heeft een drie schoolplaten uitgegeven over het gebit. Het gaat om drie verschillende versies. De eerste versie is uitgegeven in juli 1957, de tweede in maart 1959 en de laatste in november 1969. De platen tonen kleine verschillen. 
 
 
Baarn
Fels’ Boekhandel uit Baarn heeft in 1896 de eerste druk van de Schoolkaart der provincie Utrecht (1:50.000) uitgegeven. De maker was L.W. van der Lee (zie ook Den Boer)
Boekhandel Den Boer[9] en het telefoonnummer 25 (69?) uit Baarn heeft in 1913 de tweede druk van de wandkaart Schoolkaart der provincie Utrecht uitgegeven. Het is gemaakt door L.W. van der Lee. In het telefoonboek van 1915 heeft H.J. den Boer het adres Laanstraat F36
 
 
 
De illustratoren en redacteuren
 
Hieronder staat een opsomming van personen die een schoolplaat of schoolwandkaart hebben gemaakt over Utrecht en redacteuren/auteurs die er over hebben geschreven. Eveneens zijn enkele (belangrijke) makers opgenomen die voor een Utrechtse uitgeverij hebben gewerkt.
 
Verschillende illustratoren hebben een relatie met de provincie of de stad Utrecht. Zo heeft Lummel, geboren in Amersfoort en overleden in Utrecht, gewerkt voor Uitgeverij Kemink & Zoon uit Utrecht. Isings heeft in gewoond in Zeist en Soest. In Soest is hij overleden. Nederhorst ten Berg (Noord Holland) is de plaats waar hij werd gemobiliseerd. Wolter werkte in Amersfoort (Leusden) waar hij ook overleed. Wiggers werd geboren in Amersfoort.  Jetses heeft in Zeist gewoond en gewerkt. W.G van der Hulst jr. is ook een bekend illustrator van schoolplaten. Hij woonde en werkte in de provincie en de stad Utrecht. Frans van Noorden heeft voor Uitgeverij Sint Gregoriushuis gewerkt en is in Utrecht overleden.
 
H. Altmann
Hendrik Altmann werd op 7 november 1791 geboren in Zaandam en overleed op 23 december 1863 in Rotterdam. Hij werkte in Rotterdam. Hij schilderde kerkinterieurs, landschappen en portretten. Maakte ook lithografieën. Altmann was tevens Hoofdonderwijzer aan de Departementale School te Rotterdam.
 
R. S. Bakels
Mr. Dr. Reinier Sybrand Bakels werd op 4 augustus 1873 geboren in Den Hoorn op Texel en overleed op 9 juli 1956 in Den Haag. Hij woonde en werkte in Den Haag. Werkte in Overijssel, Noord-Holland en Noord-Brabant. Bakels schilderde en tekende portretten, landschappen en stadsdelen (wintergezichten). Was ook begaafd etser. Hij was leerling aan de Haarlemse School voor Kunstnijverheid. Bakels was aanvankelijk jurist en is in 1904 voorgoed als schilder te werk gegaan.
 
B. A. van Beek
Bernardus Antonie van Beek werd op 30 januari 1875 in Amsterdam geboren en overleed op 6 maart 1941 in Kortenhoef. Hij woonde en werkte tot 1911 in Amsterdam en daarna in Kortenhoef. Van Beek begon bij zijn vader als decoratieschilder en werd daarna leerling aan de school voor Kunstambachten. Daarna vormde hij zichzelf. Hij kreeg raadgevingen van E. Pieters, J. H. Weismuller en P.J.C. Gabriel. Van Beek schilderde voornamelijk landschappen (poldergezichten) maar heeft ook stadsgezichten gemaakt.
 
B. Buenninck
Bernardus Buenninck werd op 14 augustus 1864 in Arnhem geboren en overleed op 21 oktober 1933 in Groningen. Hij heeft vermoedelijk aan de Tekenakademie te Rotterdam gestudeerd (1855 – 1888). Daarna is hij werkzaam geweest in Vorden tot 1889, Zutphen (1890), Vorden (1891 – 1892), Groningen (1892 – 1893) en Vorden (1893). Vanaf 1894 was hij tekenleraar aan de Gemeentelijke Burgeravondschool te Groningen en vanaf 1895 mede aan de Gemeentelijke HBS. Buenninck schilderde en tekende landschappen. Voor de uitgeverij Wolters uit Groningen schilderde hij veel platen voor het aardrijkskundig onderwijs. Tevens illustreerde hij schoolboekjes. Gaf les aan H. Meijer.
 
J.H. Eichmann
Instituteur (kostschoolhouder) te Leiden.
Verdere gegevens ontbreken.
 
R. Goris
Marinus Johannes Rien Goris werd op 28 maart 1905 geboren in Amsterdam en overleed op 10 augustus 1975 in Opmeer. Hij was als reclameontwerper verbonden aan de Vereniging van Reclame-ontwerpers en illustrators. Goris was beeldend kunstenaar en tekende onder andere reclames en schoolplaten.[10]
 
A.J. Groenewegen
Adrianus Johannes Groenewegen werd op 1 mei 1874 geboren in Rotterdam en overleed op 8 januari 1963 in Horn (L). Hij woonde en werkte in Rotterdam ((tot 1898), Den Haag, Budel (vanaf 1922(NB)). Hij was leerling van de Akademie van Beeldende Kunsten in Rotterdam. Groenewegen schilderde, aquarelleerde landschappen, boeren figuren (vee) en riviergezichten. Was een van de laatste vertegenwoordigers van de Haagse school.
 
 
Joh. Hilverdink
Johannes Hilverdink is op 18 januari 1813 geboren in Groningen en overleed op 1 oktober 1902 in Amsterdam. Hij was leerling van J.A Daiwaille en van de Koninklijke Akademie o.l.v. J. W. Pieneman. Was leermeester van E. A. Hilverdink, J.J.J. Hilverdink en J. J. A. Hilverdink. Hilverdink schilderde landschappen en zeegezichten, Maakte ook litho’s, aquarellen en pasteltekeningen. Heeft reizen gemaakt naar Belgie, Duitsland, Engeland, Frankrijk en Groenland.
 
J. Hoevenaar
Josef Hoevenaar Wz. (Willemszoon)  is op 30 september 1840 geboren in Utrecht en overleed op 31 juli 1926 in Utrecht. Hij woonde en werkte in deze stad. Hij was leerling van zijn vader W.P. Hoevenaar. Hoevenaar schilderde genretaferelen en stillevens. Hij maakte ook etsen en lithografieën. De kunstenaar was tekenleraar aan het genootschap ‘Kunstliefde’ te Utrecht. 
 
 
J. Hoynck van Papendrecht
Jan Hoynck van Papendrecht werd op 18 september 1858 geboren in Amsterdam en overleed op 11 december 1933 in Den Haag. Hij woonde en werkte in Rotterdam (tijdelijk in Antwerpen) 1878 – 1880 en Munchen in 1883. Tussen 1888 en 1891 in Amsterdam, tot 1893 in Nieuwer-Amstel, tot 1901 in Rheden en daarna in Den Haag. Hij schilderde, tekende en aquarelleerde landschappen met figuren maar vooral militaire onderdelen.
 
W.G. van der Hulst
Willem Gerrit van de Hulst is op 4 juni 1917 in Utrecht geboren en over leed op 27 juli 2006 in Nieuwersluis. Van 1940 tot 1952 heeft hij met een atelierschip gevaren. Van de Hulst werkte vanaf 1952 in Nieuwersluis (hij had ook een atelier in Wijk bij duurstede) Hij was leerling van de Rijksakademie te Amsterdam (1936 – 1940) en een periode van de Académie de la Grande Chaumière in Parijs. Van de Hulst schilderde, tekende (ook met pen) en aquarelleerde in figuratieve trant portretten. Was tevens auteur en
 
J. H. Isings
Johan Herman Isings werd op 31 juli 1884 geboren in Amsterdam en overleed in 1977 in Soest. Hij woonde en werkte in Amsterdam, Zeist en Soest. Hij was leerling van de Tekenschool voor de Kunstambachten in Amsterdam. Hij was leerling van J. Visser en Georg Reuter. Isings schilderde, aquarelleerde en maakte pentekeningen van historische en bijbelse voorstellingen (deels als illustratie, voor een groot deel afzonderlijke taferelen. Isings gaf les aan H. Poeder.
 
C. Jetses
Cornelis Jetses werd op 23 juni 1873 geboren in Groningen en overleed op 9 juni 1955 in Wassenaar. Hij woonde en werkte in Groningen en Zeist tot 1919, Den Haag (Scheveningen) tot 1938 en daarna in Wassenaar. Hij was als kunstschilder en tekenaar bekend als ‘de beroemde onbekende, die Nederland vormde’. 
 
J. H. Jurres
Johannes Hendricus Jurres werd op 17 januari 1875 geboren in Leeuwarden en overleed op 2 augustus 1946 in Amsterdam. Hij woonde en werkte omstreeks 1890 in Amsterdam. Hij maakte reizen door Italie, Zwitserland (1899) en Spanje (1901). In 1921 werd hij hoogleraar aan de Rijksacademie te Amsterdam.
 
M.A. Koekoek
Marinus Adrianus Koekkoek is op 29 januari 1873 geboren in Amsterdam en op 30 mei 1944 te Amsterdam. Heeft sinds 1918 ongeveer 20 jaar voor het Museum voor Nauurlijke –historie te Leiden gewerkt. Hij schilderde kleine landschappen en stalinterieurs vooral met pluimvee. Koekkoek hield zich voornamelijk bezig met wetenschappelijke tekeningen van plant en dier. De familie Koekkoek is een bekende schildersfamilie.
 
W. van Leusden
Willem van Leusden werd op 25 september 1886 geboren in Utrecht en overleed op 8 maart 1974 in Maarssen. Hij woonde en werkte in Den Haag (tot 1906), Amsterdam en vanaf 1913 in Maarsen. Werkte ook in Utrecht en Groningen. Van Leusden maakte reizen naar België en Frankrijk. Hij was leerling van de Akademie van Beeldende Kunst in Den Haag (1902 – 1906) en van de Rijksakademie te Amsterdam (1907 – 1910) o.l.v. P. Dupont. Willem van Leusden schilderde, maakte pentekeningen, etste en lithografeerde. Hij maakte tot 1915 vooral kathedralen en stadsgezichten, daarna kubistisch en abstract werk. Vanaf 1930 tot heden (ca. Scheen 1970) surrealistisch. Staat bekend om goede zelfportretten. Ereburger van Utrecht.
 
H. J. van Lummel
Hendrik Jan van Lummel werd op 19 november 1815 geboren in Amersfoort en overleed op 18 september 1877 in Utrecht. Hij was tekenaar en auteur van verschillende boeken en docentenhandleidingen. Daarnaast was hij schoolhoofd van scholen in Houten en Utrecht. Lummel was vooral tekenaar van schoolplaten. (Bron: wikipedia.nl)
 
F.M. van Noorden
Franciscus Martinus (Frans) van Noorden werd op 27 april 1887 geboren in Amsterdam en overleed op 30 juni 1961 in Utrecht. Hij woonde en werkte in Amsterdam (tot 1921) en daarna in Utrecht. Hij was leerling van de Rijksacademie te Amsterdam en volgde van 1907 tot 1910 een avondcursus in Utrecht. Van Noorden was tekenaar van beroep en tekende en lithografeerde.
 
S. T. de Reuder
Gegevens ontbreken
 
A.W. van Voorden
August Willem van Voorden werd op 25 november 1881 geboren in Rotterdam en overleed op 2 oktober 1921 in dezelfde plaats. Hij woonde en werkte in Rotterdam en tijdelijk in Kortenhoef (1908) en Oud- en Nieuw-Loosdrecht (1912 – 1913). Hij was leerling van de Akademie voor Beeldende Kunst te Rotterdam o.l.v. A.H.R. van Maasdijk, volgde hier een avondcursus (1893 – 1900), en behaalde zijn tekenakte in 1900. Later werd hij leerling van Jan de Jong. Van Voorden was dekoratieschilder en vanaf 1903 kunstschilder. Hij schilderde, aquarelleerde en tekende vooral het straatleven in Rotterdam (dienstmeisjes, sleperspaarden, marktscènes et cetera), evenals stads- en havengezichten. Werd ‘de Breitner’ van Rotterdam genoemd. Werd verschillende male nonderscheiden (Barcelona 1911, Amsterdam 1912). Heeft lesgegeven aan Ch. N.E. de Moor.  
 
N. van der Waaij
Nicolaas (Nico) van der Waaij werd op 15 oktober 1855 geboren in Amsterdam en overleed op 18 december 1936 in dezelfde plaats. Hij maakte tussen 1884 en 1885 een studiereis door Italië, waar hij oude meesters kopieerde. In 1891 werd hij hoogleraar aan de Rijksacademie van Amsterdam.
 
L.W.R. Wenckebach
Ludwig Willem Reijmert Wenckebach werd geboren op 12 januari 1860 in Den Haag en overleed op 25 juni 1937 in Santpoort. Hij woonde en werkte in Amsterdam, Utrecht (1880 – 1886), Amsterdam (tot 1898) en daarna in Santpoort. Hij studeerde aanvankelijk voor tuinarchitect aan tuinbouwschool Linnaeus in Amsterdam. Daarna volgde hij schilderlessen van D. van Lokhorst in Utrecht (1878 – 1879), en van jhr. J. E. Heemskerck van Beest. Wenckebach schilderde, aquarelleerde, tekende, etste en lithografeerde landschappen, riviergezichten, en stadsgezichten (vaak van Amsterdam). Hij maakte bijvoorbeeld ook illustraties voor de Verkade-albums. Gaf les aan F.S. Baljon, H.C. Bolderheij, J. Briedé, J. Th. L. Jacobs, J. Josseaud, C.J. Laan, J.H. Oostendorp en L.O. Wenckebach.
 
J.H. Werkman
Werkman was werkzaam op de R.K. Andreasschool in Zeist.
 
J.J.R. de Wetstein Pfister
Jan Jacob Rudolf de Wetstein Pfister is op 1 maart 1866 geboren in Haarlem en overleed op 28 oktober 1937 in Wassenaar. Wetstein Pfister was schilder, aquarellist, illustrator en werktuigkundig ingenieur. De naam De Wetstein Pfister ontstond na een naamsverandering in 1868. Voorheen heette hij Pfister. 
 
D. Wiggers
Dirk (Derk) Wiggers werd op 26 maart 1866 geboren in Amersfoort en overleed op 15 februari 1933 in Den Haag. Hij woonde en werkte in Rotterdam ‘Kralingen’ (vóór 1885 tot 1894), Nunspeet (tot 1895), Rheden (tot 1897), Heelsum (tot 1902), Berg en Dal (tot 1917), Laren ((NH) tot 1918), Blaricum (tot 1920), Laren ((NH) tot 1923, [maakte buitenlandse reizen via België, Frankrijk, naar Spanje en Italie]), Ukkel ((Belgie) tot 1929) en daarna in Den Haag. Wiggers was gedurende een winteravondcursus leerling van de Akademie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam maar was autodidact. De schilder werkte eerst als notarisklerk. Hij schilderde, aquarelleerde, tekende en etste landschappen en dan voornamelijk panorama’s van de grote rivieren, boerenwoningen en stillevens. Wiggers werd onderscheiden met onder andere de gouden medaille van koningin Wilhelmina (1909). Heeft tevens lesgegeven aan A. van der Boon en W.J. Havelaar. 
 
H.J. Wolter
Hendrik Jan Wolter werd op 15 juli 1873 in Amsterdam geboren en overleed op 29 oktober 1952 in Amersfoort. Hij was hoogleraar aan de Rijksakademie te Amsterdam van 1925 – 1938). Hij woonde en werkte in Amsterdam, Haarlem, Antwerpen (1895 – 1899), Amersfoort (Leusden) tot 1903), Laren (NH) tot 1915, reisde in 1910 naar Engeland, 1911 Cornwall, 1912 Yorkshire), Amsterdam (tot 1938, reisde naar Engeland 1918, Londen enz. in 1924), daarna in Laren (NH). Bezocht ook onder andere Parijs. Wolter was leerling van de Tekenakademie te Antwerpen (1895 – 1899) o.l.v. P. van Havermaet, A. de Vriendt en Fr. van Leemputten. Hij schilderde, tekende, etste en lithografeerde landschappen met vee, stadsgezichten, havens, figuren (naakten), fabrieksinterieurs, portretten enzovoorts. Maakte ook pasteltekeningen en houtsneden. Was een bijzonder begaafd en knap kunstenaar. Pensionair van Koningin Wilhelmina. Behaalde in 1904 de Willink van Collenprijs enzovoorts.


Deel 3

 
Platen en wandkaarten
 
 
 
Kaart/plaatgegevens
Titel: Provinciekaart Utrecht
Uitgever: P. Noordhoff
Redactie: Bos, R
Druk / jaar: 2e druk, 1922
Materiaal: Linnen
Schaal 1: 80.000
Foto: Antiquariaat Quaeckernaeck
Opmerking:
 
We zien op de wandkaart de provincie Utrecht. In het zuiden wordt de provincie op natuurlijke wijze begrenst door de rivier de Lek, in het noorden door het IJsselmeer. Het is een kaart uit de jaren 20 van de vorige eeuw. De provinciegrens is in de tussentijd een paar keer gewijzigd. Zo behoort Loosdrecht in deze tijd nog bij de provincie Utrecht. Het is een blinde kaart, dat betekent dat de namen van steden niet op de kaart zijn aangegeven. De stippen langs de Vecht (in noordelijke richting) staan voor Utrecht, Oud-Zuilen, Maarssen, Breukelen, Nieuwersluis, Loenen, Vreeland, Nederhorst ten Berg, Weesp en Muiden. De meanderende Vecht eindigt in het IJsselmeer. Zuilen is hier nog een zelfstandige gemeente.
 
 
Kaart/plaatgegevens
Titel: Gezicht op den Rijn bij Wageningen
Serie: Aardrijkskundige wandkaarten van Nederland
Uitgever: Noordhoff P.
Drukker: Senefelder
Redactie: Schuiling en De Feijter
Illustrator: D. Wiggers
Druk / jaar: 1915
Opmerking:
 
We zien de rivier en kijken richting Wageningen. De kribben, die aan beide kanten van de rivier zichtbaar zijn, regelen de stroom van het water en zorgen er voor dat de rivier bevaarbaar blijft. Dat de rivier bevaarbaar moet zijn is geregeld in de Rivierenwet uit 1908. Op de uiteinden van de kribben zijn struiken aangeplant. Deze struiken moeten voorkomen dat bij hoogwater de schepen schepen vastlopen op de kribben die door het water aan het zicht zijn onttrokken. Op het midden van de plaat zijn twee zeilschepen te zien.
 
 
 
Kaart/plaatgegevens
Titel: Riviergezicht aan de Rijn bij Rhenen (hoge en lage oever)
Serie: Nederland in woord en beeld
Uitgever: J. B. Wolters
Redactie: P.R. Bos Kwast
Illustrator: B. Buenninck
Foto: Fries Scheepvaartmuseum
Druk / jaar: 1919 / 1922
 
 
 
Titel: De Rijn bij Rhenen
Serie:
Uitgever:
Redactie:
Illustrator:
Foto: schoolplatencollecie.nl
 
 
We kijken vanaf de Grebbeberg in Rhenen richting Wageningen. De Grebbeberg is het zuidelijkste puntje van de Utrechtse Heuvelrug. We zien het uiterwaardengebied de Blauwe Kamer, tegenwoordig een beschermd natuurgebied, die overgaat in de Gelderse Vallei. Soms koos de Rijn bij hoog water een uitweg via de Gelderse Vallei naar de Zuiderzee. Omdat door afgraving van veen de bodem in de vallei daalde, ontstond er meer overstromingsgevaar. Om overstroming te voorkomen werd de Grebbedijk aangelegd. Deze dijk liep van Wageningen naar de Grebbeberg. De dijk bezweek echter verschillende keren. De laatste keer was dat in 1855 toen de rivier de Waal tijdens de strenge winter geblokkeerd raakte door een ijsdam. Dat veroorzaakte een overstroming in de gehele vallei, inclusief Amersfoort.
   Aan de overzijde van de rivier ligt het Betuwse dorp Opheusden. Enkele van de daar gelegen boerderijen zijn op terpen gebouwd, zogenaamde woerden of waarden. De rivier zette veel rivierklei af in de uiterwaarden en dat zorgde er voor dat dit gebied hoger kwam te liggen dan de gebieden achter de dijk. 
   Rivierklei is de grondstof voor bakstenen. Aan de grote rokende schoorstenen op de achtergrond is te zien dat er veel steenfabrieken aan de rivier waren gehuisvest. De aanleg van kribben moest voorkomen dat de rivier zou dichtslibben. De kribben zorgen er voor dat het water vooral door het midden van de rivier stroomt en dat houdt de rivier op diepte en zo blijft de rivier bevaarbaar. Op de rivier zien we een zeilboot en een stoomsleepboot varen. De sleepboot sleept een aantal andere schepen voort, in dit geval een serie rijnaken.
Aan de linker kant is de stroom van de rivier de Grebbe zichtbaar. Dit riviertje maakt deel uit van een verdedigingswerk: de ‘voorpostenstelling van de Gelderse Vallei en de Neder –Betuwe’. Ook bekend als de Grebbelinie. De Grebbelinie had voornamelijk als functie om tijd te winnen indien een vijand uit het oosten zou optrekken. Hierdoor kon de westelijk gelegen Hollandse Waterlinie in gebruik worden genomen. De eerste keer dat de Grebbelinie is gebruikt was in 1794 toen de Fransen ons land binnenvielen. (Bron Verdwenen Nederland)
 
 
Kaart/plaatgegevens
Titel: Flamingo’s - Ouwehand Rhenen
Serie:
Uitgever: Ouwehands Dierenpark
Redactie:
Illustrator:
Druk / jaar:
 
 
 
Kaart/plaatgegevens
Titel: Leeuwenterras - Ouwehand Rhenen
Serie:
Uitgever: Ouwehands Dierenpark
Redactie:
Illustrator:
Druk / jaar:
 
 
 
Kaart/plaatgegevens
Titel: Zebra’s in Ouwehands Dierenpark
Serie:
Uitgever: Ouwehands Dierenpark
Redactie:
Illustrator:
Druk / jaar:
 
De drie schoolplaten van Ouwehands Dierenpark zijn door het dierenpark zelf uitgegeven. De hoogbejaarde oud-directeur vertelt me per telefoon dat hij niet veel meer weet van de totstandkoming van deze serie. Hij weet zich nog wel te herinneren dat de platen gedrukt zijn door een drukkerij Van Doorn/Dooren uit Vlaardingen.
 
Kaart/Plaatgegevens
Titel: Buitenplaats aan de Vecht ± 1740
Serie: Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis
Uitgever: Wolters
Redactie: De Jongh, Wagenvoort
Illustrator: Isings J.H.
Foto: onbekend
Opmerking: Voltooid in 1956. Verving de beide platen Czaar Peter de Groote bezoekt een buitenplaats aan de Vecht, 1717 van Van der Waaij. Naar een gravure van Daniel Stoopendaal en eigen werk.
 
Maarssen. Een trekschuit is gelost, een koets komt aan, een kind kijkt toe. Op de rivier nadert een zeilboot. Het rood-wit-blauw gehesen. Twee bedienden wagen zich aan een boedelkist, waarschijnlijk gevuld met linnen en serviesgoed. De eigenaren worden verwelkomd door een lakei. Zij ontvluchtten de drukte van de stad. Links van het midden staat een zogenaamde rolpaal langs het jaagpad. Het jaagpad is een pad waarover een persoon of een paard de boot voorttrekt. Het touw waarmee de boot wordt voorgetrokken wordt om een bepaalde manier om de paal getrokken zodat de boot met de boch mee gaat. De mooie buiten met hoge stoep ligt onder een met schapenwolken versierde blauwe hemel.
 
Isings, illustrator van deze schoolplaat heeft een gravure uit het boek De zegepralende Vecht van de graveur Daniel Stoopendaal gebruikt ter inspiratie. De gebeurtenis zoals op de schoolplaat is vastgelegd, speelt zich af in de tijd dat de Amsterdammer Theodorus de Leeuw wijnhandelaar, bewindhebber van de VOC en ambachtsheer van Abcoude-Baambrugge eigenaar was.
Buitenplaats Elsenburg is gebouwd in 1637. De eerste eigenaar was Jacob Burggraaf. Hij had het stuk grond, na opsplitsing in percelen, gekocht van de Amsterdamse koopman Huydecoper. De ontwerper van het buiten was Philips Vingboons. Het huis, gelegen tussen Doornburgh en Goudestein, stond als voorbeeld voor latere Amsterdamse buitenplaatsen aan de Vecht. Het botenhuis is daar nog een overblijfsel van. Bewoners van het buiten zijn: 1637 Joan Huydecoper, 1637 - 1681 Jacob Burggraaf , 1681 - 1713 mr. Cornelis Maire, 1713 - 1715 François Verboon, 1715 - 1744 Theodorus de Leeuw, 1744 - 1775 mr. François de Witt, 1775 - 1800 Jan de Wit en 1800 - 1813 mr. Laurens Johannes Nepveu. De laatste eigenaren konden de kosten niet meer opbrengen en waren genoodzaakt om het huis te verkopen. Er werd echter geen koper gevonden en in 1812 werd het afgebroken. Het terrein wordt bij het ernaast gelegen huis Doornburg getrokken. Op het terrein van voormalig Elsenburg wordt een antiek stukje speelgoed gevonden: het Poepmannetje.
Het terrein van Elsenburg ligt vlakbij het gemeentehuis van Maarssen. Het botenhuisje staat er nog steeds en is inmiddels omgebouwd tot woning.
 
 
Kaart/plaatgegevens
Titel: Czaar Peter de Groote bezoekt een buitenplaats aan de Vecht, 1717 (gezicht op het Huis en de Rivier
Serie: Schoolplaten voor de vaderlandsche geschiedenis
Uitgever: Wolters
Redactie: De Jongh en Wagenvoort
Illustrator: N. van der Waaij
Druk / jaar: 1923 – 1956?
Opmerking:  Zit vanaf 1923 tot 1956 in de serie en wordt daarna vervangen door Een buitenplaats aan de Vecht, ± 1740.
 
‘Gezicht op het huis en de rivier’ 1717 staat op de titel. Een heerlijke augustusmorgen. Schapenwolken aan een hemelsblauwe lucht. Mooi onderhouden groen. Op het speeljacht van de gemeente Amsterdam wappert een vlag. Het is de Russische vlag; wit, blauw rood, naar voorbeeld van de Nederlandse vlag. Het speeljacht is die ochtend door twee jaagpaarden vanuit Amsterdam getrokken. Het jacht wordt bemand door stadspijpers en de schuitvoerder. De schuitvoerder boomt de jacht naar de steiger. De stadspijpers verkondigen bij dorp en voorname buitenplaatsen die zij naderen de Czaar en zijn vrouw Catharina aan. Daar op de steiger staat het echtpaar Brands, rijk geworden door de handel in riviervis (baars) op hun gasten te wachten.
Czaar Peter de Grote, keizer van Rusland, maakt zijn opwachting. Hij staat met zijn rug tegen de roef en is in gesprek met een afgevaardigde van de gemeente Amsterdam. Daarnaast zit de Czarina. Het is druk. Buren en andere genodigden komen per boot of lopend over het zandpad om tijdens het landfeest afscheid te nemen van de Czaar en zijn gemalin. De tentsloep met daarachter een roeiboot komt uit Utrecht. De zeilschuit komt vanuit Haarlem. Een schilder legt de gebeurtenis vast. In het midden van de plaat staat een statig huis. Daarvoor een sierlijke maar robuuste triomfboog. Rechts op de plaat is een oranjerie te zien.
               
 
 
 
 
Kaart/plaatgegevens
Titel: Czaar Peter de Groote bezoekt een buitenplaats aan de Vecht, 1717 (gezicht op de Tuin en de Waterwerken, 10)
Serie: Schoolplaten voor de vaderlandsche geschiedenis
Uitgever: Wolters
Redactie: De Jongh en Wagenvoort
Illustrator: N. van der Waaij
Foto: Antiquariaat Quaeckernaeck
Druk / jaar: 1923 – 1956?
Opmerking:  Zit vanaf 1923 tot 1956 in de serie en wordt daarna vervangen door Een buitenplaats aan de Vecht, ± 1740.
 
Nogmaals 1717. Nu het ‘gezicht op de tuin en waterwerken’. Ontwerp van architect Simon Schijnvoet. Het is een voorbeeld van een tuin in Hollandse Barokstijl maar vertoont ook het karakter van de Nederlandse Renaissancetuin en de eerste tekenen van de Rococostijl. We zien een vijver en waterwerpende Tritonen.
Twee groepen mensen. Daartussen een hoge fontein. Eén groep verkiest de koelere schaduwzijde, de andere groep staat in de zonneschijn. De Czaar staat aan de rechterkant tussen een dame en een heer. De dame is mevrouw Brands, de heer hoort bij het gevolg van de Czaar. Aan de linkerkant zien we de Czarina. Zij staat rechts van haar gastheer Brands. Zij worden vergezeld door een lid van het Amsterdamse stadsbestuur. Ook de kinderen van Brands vergezellen de Czarina en bewijzen haar eventueel kleine diensten. Naast de vele gasten zijn ook nog een dienstmeid en de tuinman te zien. De verzorgde tuin is een lust voor het oog. Het landgoed werd aangelegd rond 1700. Het huis is gebouwd tussen 1709 en 1711 en afgebroken rond 1815.
Landgoed Petersburg, tussen 1709 en 1711 op de oostelijke oever gebouwd door de Amsterdamse koopman Chrisoffel Brandt, is genoemd naar tsaar Peter de Grote. Reden om het buiten naar de tsaar te noemen zijn de goede betrekkingen tussen beide heren en het feit dat Brants in de Russische adelstand werd verheven. Peter de Grote bezocht in 1717 meerdere malen de Vechtstreek en de buitenplaats. De tuin is naar het ontwerp van architect Simon Schijnvoet (1652 – 1717). Het landgoed had een oppervlakte van dertig hectare. In 1815 werd het landgoed afgebroken.
 
 
 
Kaart/plaatgegevens
Titel: Het Merwedekanaal bij Nieuwersluis
Serie: Nederland in woord en beeld
Uitgever: J. B. Wolters
Redactie: P.R. Bos Kwast
Illustrator: B. Buenninck
Druk / jaar: 1915
Handleiding A.F. Cremer

Het Merwedekanaal bij Nieuwersluis. Een wandelaar loopt over een onverharde weg, plassen ontwijkend. Het water stroomt rustig door het kanaal. Een hoge voetgangersbrug overspant het water. Bovenop deze ijzeren loopbrug staan twee nieuwsgierige mensen. Ze kijken naar de passerende stoomboot. De draaibrug is open voor de boten. Rechts van het midden is een een sierlijke ophaalbrug of klapbrug afgebeeld. Op de achtergrond een tweede stoomboot. Aan weerszijde van het kanaal liggen fraaie panden. Op de linkeroever staat een brugwachterswoning. Aan de rechterkant van de plaat is nog net een stoomtrein te zien. Het station dat we zien, Station Nieuwersluis-Loenen (1843 – 1953), is in 1902 een drukbezocht station. Alle treinen tussen Utrecht en Amsterdam stoppen er. Dat alle treinen hier stoppen heeft te maken met de ingewilligde eis van de heer De Oude van Troostwijk, wonende in een kasteel ten zuiden van Nieuwersluis. Op deze manier hebben alle inwoners van Nieuwersluis profijt van deze nieuwe verbinding. Het station werd gebouwd in 1843. In 1914 werd het privilege van de heer De Oude van Troostwijk afgekocht. Vanaf toen stopten er nog maar sporadisch treinen op het station.

   Tegenwoordig heeft Nieuwersluis geen station meer. Wel heeft Nieuwersluis lang na 1902 een militaire betekenis gehad. Mede door de functie van de Nieuwe Hollandse Waterlinie die tot aan de tweede wereldoorlog dienst heeft gedaan. Naast het militaire opleidingsinstituut huisveste Nieuwersluis ook kazernes, waaronder een voor een legeronderdeel dat zich per fiets verplaatste. Later werd de kazerne een vrouwengevangenis.
 
 
 
Kaart/plaatgegevens
Titel: Een veenplas bij Loenen aan de Vecht
Serie: Aardrijkskundige wandkaarten van Nederland
Uitgever: Noordhoff P.
Drukker: Senefelder
Redactie: Schuiling en De Feijter
Illustrator: Beek A van.
Foto: Antiquariaat Quaeckernaeck
Druk / jaar: 1912 - 1933
Opmerking:
 
 
De Wijde Blik. Grijs. Hard werken. Veen en vis. Een veenarbeider hanteert de baggerbeugel. In de verte een collega. Het slib van de bodem van de plas wordt opgehaald en in de boot geschept; bedoeld om er turf van te maken. Ik stel mij het geluid voor. Naast het geluid van arbeid, hoor ik alleen de meeuwen. Ik stel mij de geur voor. Een muffe geur van slib en een onsmakelijke geur van oude vis. Fuiken hangen te drogen. Aan de overkant de molen en de kerk
 
1912. We zien een gebeurtenis zoals het in 1912 kan zijn voorgekomen. De veenplas betreft een onderdeel van de Loosdrechtse Plassen en wel de Wijde Blik. We kijken vanaf Kortehoef richting Loenen aan de Vecht. Rechts zien we de kerktoren. Een baggeraar of trekker is bezig om bagger van de bodem om hoog te halen en werpt het in de boot (praam of bok). Later zal de inhoud van de praam op een smal stuk land, de legakker, worden geworpen. Op de achterkant, meer naar rechts zien we een collega aan het werk. Hij verspreidt de bagger en zal het egaal aantrappen. De bagger of klijn zal later in repen worden gesneden. Nog weer later, zullen de brokken turf worden gebroken, gestapeld en vervoerd naar gebruiker of opslag. De legakkers die door afgraving en afkalving steeds smaller worden, zullen naar verloop van tijd in het water verdwijnen en vormen daardoor een grotere plas. De overgebleven legakkers zijn voor de plaatselijke vissers een goede basis om fuiken uit te zetten. De vangst bestaat onder andere uit snoek, zeelt en paling. De vis wordt in zogenaamde viskaren, houten bakken met gaten er in, levend gehouden. In 1912 leven ongeveer 50 gezinnen uit Kortenhoef van de visserij. Enkele vissers hebben tweehonderd tot vierhonderd fuiken uitstaan. De vis wordt onder andere geëxporteerd naar Frankrijk en Duitsland. Op de voorgrond is te zien dat de eens verveende plas weer aan het verlanden is. De eerste vegetatie bestaat vaak uit krabbescheer. Later komen andere waterplanten die de verlanding voortzetten. Als de natuur haar gang kan gaan zullen er uiteindelijk broekbossen met elzen en berken gaan groeien. Het verlanden neemt tot 50 jaar in beslag. De vervening, die in de vijftiende eeuw in de Vechtplassen is begonnen, loopt in 1912 op zijn eind. De wijde Blik is in tegenstelling tot veel andere plassen niet verland. In 1934 werd toestemming gegeven om zand uit de plas te winnen, tot zo’n 20 meter diepte. De plas heeft tegenwoordig vooral recreatieve en natuurlijke waarde.
  
Kaart/plaatgegevens
Titel: Utrecht
Uitgever: Dijkstra, Zeist
Redactie: Bakker & Rush
Foto: Antiquariaat De Kantlijn
Druk / jaar: 1948
Schaal 1: 63.800
Opmerking:
 
De blauwe slingerende lijn onderaan de provincie geeft als natuurlijke scheiding de grens met onze zuidelijke buurprovincies aan. Kersen, appels, peren en ander fruit staan symbool voor de boomgaarden langs de rivier. Stenen klinkers staan voor steenfabrieken en de krokodil geeft aan waar Dierentuin Rhenen ligt. In rode tekst wordt vermeld waar griendhout wordt gekweekt. Het groene gedeelte geeft aan waar weilanden liggen met in het oosten een koe. Het gele vlak is woeste grond en gemengd bedrijf. Er zijn vooral veel bomen in geplaatst, een wandelaar en een auto en zilver bestek. Rond Utrecht ligt een oranje gebied dat bestaat uit tuingrond. In Utrecht-Stad zijn ook symbolen afgebeeld die staan voor de Rijksmunt, de hogescholen en machinefabrieken. Net boven de stad wordt de Veemarkt afgebeeld en een trein. De rode plekken zijn de grotere steden en de rode stippen geven de dorpjes aan. De blauwe vlekken in het noorden geven het plassengebied weer. Een groep mensen speelt met een bal en er vaart een zeilboot.  De bijzondere gebouwen die op de kaart zijn afgebeeld zijn de Dom, het KNMI, Paleis Soestdijk en kasteel De Haar. In het oosten van de provincie staan ook nog de symbolen voor tabaksteelt, textielfabrieken en een bijenkorf. Rechtsboven is een vissersvrouw in klederdracht getekend. Kleinere rivieren en kanalen zijn weergegeven met een zwarte lijn, de grote wegen met een rode lijn.
 
 
 
Kaart/Plaatgegevens
Titel: Willibrord de apostel der Friezen
Serie: Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis
Uitgever: Wolters
Redactie: De Jongh, Wagenvoort
Illustrator: Isings J.H.
Foto: onbekend
Opmerking: Voltooid op 14 december 1954. Vervangt de plaat Ludger predikt in de Groninger Gouwen van dezelfde schilder. Het ruiterstandbeeld van Willibrord op het Janskerkhof te Utrecht heeft als inspiratie gediend.
 
We zien Willibrord die op zijn paard langs de door hem opgerichte kerk rijdt, in de nabijheid van het Domplein. Deze Sint Salvatorkerk zou ter ere van Sint Salvator ofwel Jezus Christus zijn gebouwd,naast de Sint Maartenkerk. Willibrord en de monniken vertrekken op dat moment naar Friesland om de Friezen te bekeren.
 
 
 
Kaart/Plaatgegevens
Figuur 12
Titel: De Noormannen voor Dorestad
Serie: Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis
Druk: 1928
Uitgever: Wolters
Redactie: De Jongh, Wagenvoort
Illustrator: Isings J.H.
Locatie: Wijk bij Duurstede / Dorestad
Technische:
Opmerking
 
We zien de Noormannen die Dorestad aan het plunderen zijn. De stad brandt. Niet voor de eerste keer!. De eerste aanval was in 834 en de laatste keer in 863. Dorestad kende rijke handelsvoorraden en de Vikingen waren de Rijn opgevaren om in de handelswijk zaken te gaan doen. Omdat het niet lukte om op een eerlijke manier zaken te doen, werd de stad geplunderd en in brand gestoken. De aanvoerder van de drakenboot, staat op de loopplank en kijkt toe hoe zijn manschappen het doen. Een zogenaamde skald zingt een zegelied en begeleidt zichzelf met een snareninstrument. De buit is al deels binnen en ligt op het schip. We zien slagzwaarden met de naam van de wapensmid er in gegrift: Ulfberht of het christelijke ‘Nema’, het omgekeerde ‘amen’. Verder zien we onder andere een kerkschrijn, een priestergewaad, een Saksisch schild, een helm en wat vaatwerk.
 
 
 
 
Kaart/Plaatgegevens
Titel: Floris V door edelen gevangengenomen
Serie: Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis
Druk: 1926,
Uitgever: Wolters
Redactie: De Jongh, Wagenvoort
Illustrator: Isings J.H.
Foto: Antiquariaat Quaeckernaeck
Materiaal: karton
Techniek: Aquarel
Opmerking: Vervanger van de plaat Floris V voor edelen omgebracht van J.H. Jurres.
 
Voordat Floris wordt vermoord op 27 juni 1296, werd hij te Egelshoek gevangen genomen. Vanuit Utrecht, waar Floris op een verzoeningsfeest aanwezig was, werd Floris gevraagd om mee te gaan jagen. Eenmaal aangekomen bij Egelshoek werd hij door edele heren, waaronder Gerard van Velzen, Gijsbrecht van Amstel en Herman van Woerden gevangengenomen. De aanleiding voor zijn gevangenneming was zijn politiek rond vrijmaking van steden, zorg en welvaart voor burgers en poorters. Dat betekende onder andere dat tolgeld werd afgeschaft en kooplieden die zijn landen bezochten allerlei ‘privilegiën’ kregen. Dit ter nadele van de edelen. Nadat ze Floris hadden gevangengenomen werd hij naar het Muiderslot gebracht alwaar hij enkele dagen gevangen heeft gezeten. De edelmannen wilde Floris naar Engeland brengen, maar dat plan mislukte. Toen de massa boeren het kasteel dat zij al enige dagen belegerde wilde bestormen, vluchtten de edelen met Floris in de richting van Naarden. Gerard van Velzen was de groep vooruitgereden om onraad te bespeuren. De boeren omsingelden Van Velzen maar hij kon ontkomen en waarschuwde de anderen. Floris probeerde aan de edelen te ontsnappen en spoorde het paard aan om over de sloot te springen. In die vlucht echter werd hij door enkele slagen van zwaarden verwond en zij belandden in de sloot. Opnieuw werd Floris door zwaarden geraakt. Korte tijd later overlijdt de graaf aan meer dan verwondingen. Van Velzen, Kraaienhorst en enkele andere edelen vluchten naar Slot Kronenburg (Loenen aan de Vecht) maar worden kort daarna door Graaf van Kleef en zijn helpers ter dood gebracht. Van Amstel en Van Woerden ontkwamen aan de doodstraf en vluchtten naar het buitenland waarvan zij niet terug keerden.5
 
5 Jongh J.W. de, Schoolplaten voor de vaderlandsche geschiedenis, Floris V door de edelen omgebracht, J.B. Wolters,Groningen, z.j.
 
Kaart/Plaatgegevens
Titel: Gevangenneming van Graaf Floris V
Serie: Vaderlandsche historieplaten voor scholen en huisgezinnen
Druk: 1856
Uitgever: L. de Fouw, Goes
Redactie:
Illustrator: J. H. Eichman, H. Altmann
Materiaal: karton
Techniek: steendruk
Locatie: Egelshoek / Rading
Opmerking: Speelt zich buiten Utrecht af. Deelt wel geschiedenis met het Sticht.
 
 
 
 
 Kaart/Plaatgegevens
Titel: In een Middeleeuws Klooster
Serie: Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis
Uitgever: Wolters
Redactie: De Jongh, Wagenvoort
Illustrator: Isings J.H.
Foto: Verzameling in beeld, schoolplatencollectie.nl,
Opmerking: De plaat In een middeleeuws klooster kent drie versies. De eerste versie is zonder Mariabeeld en kruis aan de muur, de monnik zien we in het gezicht. De tweede versie, gedateerd 1912 en 1930 is afgebeeld mét Mariabeeld en een kruis aan de muur, de monnik zien we op de rug. De derde en laatste uit 1972 heeft in tegenstelling tot zijn voorgangers een verandering bij het raam (houten venster) en het Mariabeeld draagt een blauwe mantel.
 
We zien de boekerij van Karthuizermonniken (een andere bron spreekt van Dominicaner monniken). De monniken maakten kostbare handschriften, zij verluchtten de afgeschreven boeken met fraaie miniaturen en zij beoefenden de wetenschap en kunst aldus de catalogus Nederlandse Schoolplaten van Uitgeverij Wolters. Vooraan bij de lessenaar, staat een monnik aandachtig te kijken naar een miniatuur die hij naar eigen opvatting, gewijzigd, wil gebruiken bij een handschrift (geschreven tekst). In de schrijfstoel, rechts bij het geopende venster, is ook een monnik aan het werk. Door het geopende venster is de kruidentuin zichtbaar. Het perkament dat hij voor zich heeft liggen, wordt door gewichtjes vlak gehouden. In zijn rechterhand houdt hij een ganzenveer vast en in zijn linkerhand heeft hij een instrumentje dat moet voorkomen dat het perkament gaat opbollen. Meer naar achter, bij de boekenkast staat nog een derde monnik. Hij bekijkt een boek. De ruimte waar deze monniken aan het werk zijn noemt men een scriptorium. Dit scriptorium staat in verbinding met een andere ruimte. Dit is het zogenaamde laboratorium. Hier worden kruiden bereid tot zalven, pleisters en geneesmiddelen. De kolven en retorten (vaten) die hier voor worden gebruikt zijn nog net zichtbaar. Vooraan, tegen de zuil is een ‘platte form’ ofwel een tekening van de kerk zichtbaar. Dat de Karthuizerbroeders zeer ervaren waren in de kunstnijverheid, is te zien aan de geelkoperen kandelaar. Op de tafel is ook nog een aquamanile (koperen schenkkan in de vorm van een leeuw) te zien.
 
 
 
Kaart/Plaatgegevens
Titel: Een hagepreek buiten Utrecht, augustus 1566
Serie: Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis
Uitgever: J.B. Wolters U.M., Groningen, Den Haag.
Redactie: De Jongh, Wagenvoort
Illustrator: J. H. Isings
Foto: Antiquariaat Quaeckernaeck
Docentenhandleiding: H. Wagenvoort, Een hagepreek buiten Utrecht, augustis 1566 (z.j)
Opmerking: Wordt vanaf 1950 vervangen door Een hagepreek bij de Hoornbrug bij Rijswijk, augustus 1566.
 
We zien dwangkasteel ‘Vredenburgh’, een citadel in opdracht van Karel V door mr. Romboudt van Mechelen opgericht. Het bestaat uit een ringmuur, vier hoektorens en een breed uitgebouwde hoofdtoren omgeven door een gracht. De jukbrug met ophaalgedeelte en hamei geeft toegang tot de stad. De Domtoren ligt half verscholen achter een knotwilg evenals de Buurkerktoren. Het dak en de hoektoren van huize Oudaen, gelegen aan de Oude Gracht is nog net zichtbaar. Ook de gekanteelde romp van huize Groenewoude is op de plaat afgebeeld.
Op de boerenhuifkar staat prediker Jan Arentsz. van Alkmaar. Aan het wiel staat een eenvoudig burger in wambuis en overhozen. Hij is gewapend met een hellebaard. Vooraan staat een boerenzoon met musket. De klederdracht van de burgers vertoont gelijkenis met die van de vooraanstaande lieden, maar onderscheidt zich in tooi en stof. De luisterende edelman met hoge rijlaarzen is Hendrik van Brederode. Op de boeren linnenkast (schrijn) zit Mr. Dirck van Abcou. Achter de wagen zijn twee geestelijken te zien. De domheer draagt een zwarte muts ofwel de baret der geleerden, meer naar voren is een Cistercienzer monnik van de Sint Sevaas te zien. Op het vat, naast de musket staat een ‘berdeken’ ofwel bordje met penningen. De plaat vertoont zowel burgers als vooraanstaanden met kleding van verschillende tijden. Het verhaal luidt dat boekverkopers vooraan stonden om verboden boeken te verkopen.
 
Het begint begin april 1566, ‘den vijfden dag dier maand’, aldus de docentenhandleiding. Verbonden Edelen reiken de Landvoogdes hun verzoekschrift over waarin zij op ‘verzachting der bloedplakkaten’ aandrongen. De moderatie, de verzachting der maatregelen tegen ketters, werd toegezegd. Daarbij bleef het ook volgens de schrijver.
Op 14 juli van dat jaar is de eerste openbare hagenpreek gehouden in de nabijheid van Oudenaarde, in de openlucht. Later volgden preken in de buurt van Hoorn, Overveen bij Haarlem en Amsterdam. Het optreden van de hagepreek buiten Utrecht bij kasteel Vredenburgh werd gedaan door Jan Arentsz., geboren te Alkmaar. Omdat hij werkte als mandemaker, was hij ook bekend onder de bijnaam ‘mandemaker’of ‘corfmaecker’. Jan Arendszoon sprak buiten de Catharijnepoort. Hij was ingegaan op het verzoek van ‘eenige aanzienlijke Utrechtsche burgers, aan wier hoofd Dirk Cater stond’. Belangrijke toehoorders zijn Hendrik van Brederode, een vertegenwoordiger van de adel, en Dirck van Abcoude, vicaris van de Sint Pieterskerk. 
 
 
 
 
Kaart/Plaatgegevens
Figuur 17
Titel: Unie van Utrecht
Serie: Vaderlandsche historieplaten voor scholen en huisgezinnen
Druk: 1856
Uitgever: L. de Fouw, Goes
Redactie:
Illustrator: J. H. Eichman, H. Altmann
Materiaal: karton
Techniek: steendruk
Locatie: Utrecht, De Dom
Opmerking:
 
We zien op de plaat een zaal van het Groote Kapittelhuis in de Dom te Utrecht. De heren die op de plaat zijn afgebeeld zijn afgevaardigden van de staten Holland, Zeeland en Utrecht, Groninger Ommelanden en het Ridderschap van Gelderland. De initiatiefnemer Jan van Nassau staat met twee opgeheven vingers centraal in beeld. 
 
 
 
Kaart/plaatgegevens
Titel: Aan de Hollandsche Waterlinie, 1672
Serie: Schoolplaten voor de vaderlandsche geschiedenis
Uitgever: J. B. Wolters
Redactie: J. W. De Jongh, H. Wagenvoort
Illustrator: J. Hoynck van Papendrecht
Foto: Antiquariaat Quaeckernaeck
Druk / jaar: 1911 - 1973
Opmerking: Blijft in de serie tot ongeveer 1973.
 
Prins Willem III inspecteert de Hollandsche Waterlinie. Rechts zien we geïnundeerd (overstroomd) polderland met een zogenaamde uitlegger (oorlogsschip). Op de achtergrond een Staatsch fort of schans. De prins geeft aanwijzingen aan een ingenieur. Ze bekijken een kaart. Een legerbevelhebber kijkt over de schouder van de ingenieur mee. De escorte van de prins bestaat uit manschappen van zijn lijfgarde en van het regiment Koerlanders. Een trompetter staat op de voorgrond.
Het oostelijke gedeelte van Holland is een laaggelegen gebied. Het gebied loopt van de Zuiderzee tot aan de Lek. Naarden en Muiden begrenzen dit gebied in de Vechtstreek. Polders, dijken, rivieren kanalen, sluizen, weteringen en sloten zijn onderdeel van de waterlinie. Duikers, sluizen en doorgestoken dijken kunnen het afgebakende gebied onder water laten lopen. Het gebied wordt onbevaarbaar en ondoorwaadbaar omdat het waterpeil slechts een geringe hoogte bereikt. Het inundatiewater werd onder andere onttrokken aan de Vecht.
 
 
 
Kaart/plaatgegevens
Titel: De aanhouding van Princes Wilhelmina aan de Goejanverwellesluis, 1787
Serie: Schoolplaten voor de vaderlandsche geschiedenis
Uitgever: J. B. Wolters
Drukker: Van Leer, Amsterdam
Redactie: J. W. De Jongh, H. Wagenvoort
Illustrator: De Wetstein Pfister, J.J.R.
Druk / jaar: 1911 tot 1950
Locatie: Goejanverwellesluis / Hekendorp
Technische informatie: Naar een aquarel, karton
Opmerking:
 
We zien hoe op 28 juni 1787 Princes Wilhelmina van Pruisen, gemalin van stadhouder Willem V, aan de Goejanverwellesluis in een onaangenaam gesprek is met de burger-luitenant Van Genderen. Kort daarvoor is de princes ‘een uur voorbij Schoonhoven’ aangehouden. Zij was vroeg in die ochtend met een klein gevolg uit Nijmegen vertrokken om naar Den Haag af te reizen om daar een oproer te organiseren. . Eenmaal op weg werd zij onder burger-kapitein Van Leeuwen aangehouden en naar Goejanverwellesluis gebracht in afwachting van de beslissing van de Defensie-Commissie van Woerden. Deze commissie, die van haar voorgenomen reis naar Den Haag op de hoogte was, had aan 20 man ‘vrijkorporisten’ uit Gouda en aan evenveel ‘ruiters van Hessen-Phillipthal’, bevolen niemand door te laten ‘wier komst in de provincie nadeelig voor de rust kon zijn’, zonder haar kennis. Deze vrijkorporisten en ruiters moesten op de weg tussen Schoonhoven en Haastrecht postvatten. De afbeelding toont, volgens de docentenhandleiding, hoe de princes tegen haar wil en streng bewaakt in gesprek is met van Genderen. Van Genderen wordt hierop door Baron Bentinck aangesproken met een schampere opmerking omdat hij haar met getrokken sabel aanspreekt. De prices en haar gevolg moesten hun tijd doorbrengen op de boerenhofstede van Adriaan Leeuwenhoek. De princes heeft de keuze gekregen om terug te reizen naar Nijmegen of te overnachten op Kasteel Woerden. Diezelfde dag reist de princes terug naar Nijmegen. Op de achtergrond, over de Hollandsche IJssel wordt een groep boeren in toom gehouden. De aanhouding is voor haar broer, koning Frederik Willem II van Pruisen aanleiding om militair in te grijpen tegen de rebelie van de patriotten tegen de prinsgezinden.
 
 
 
 
 
Kaart/plaatgegevens
Titel: Ontmoeting der Princes Wilhelmina aan de Goejanverwellensluis
Serie: Vaderlandsche historieplaten voor scholen en huisgezinnen
Uitgever: L. de Fouw, Goes
Illustrator: Eichman en Altmann
Druk / jaar: 1856
Technische informatie:
Locatie: Goejanverwellesluis / Hekendorp
Opmerking:
 
 
 
Kaart/Plaatgegevens
Titel: Franse troepen trekken over de Lek, 15 januari 1795 (1949)
Serie: Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis
Uitgever: Wolters
Redactie: De Jongh, Wagenvoort
Illustrator: Isings J.H.
Foto: Antiquariaat Quaeckernaeck
Opmerking:
Waarschijnlijk ontstaan onder invloed van Charles Rochussen. Het gaat om Franse troepen trekken over een bevroren rivier uit 1888. Vervanger van de schoolplaat De aanhouding aan de Goejanverwellesluis, 1787 van de schilder J.J.R. de Wetstein Pfister.
 
We zien Franse troepen die over de Lek trekken. Het is de Betuwse zijde van de rivier en dus geen Utrechts grondgebied. Pichegru (Pietje Cru) kijkt hoe generaal Salme met zijn troepen het ijs trotseert. De twee mannen rechts van het midden zijn Salme (l) en Pichegru (r). Achter deze heren en aan de rechterzijde, staan de Franse volksvertegenwoordigers Joubert (rechts), Bellegarde en Lacoste (ook ‘Représentant du peuple en mission aux armées’ en commissaire de la convention aux armées genoemd’). Achter deze laatstgenoemden is een aide-de-camp van generaal Salme te zien. In het midden van de plaat staat een stafofficier der huzaren of een ‘des Hussards de Chamboran’. Hij draagt een zogenaamde dolman. De dolman is een nauwsluitend met tressen versierd jasje.
Het tafereel speelt zich af aan de overkant van Utrecht namelijk bij Culemborg. Het huis op de achtergrond is het Veerhuis. Op de achtergrond zien we verder legerwagens, een ponton van de gierpont, een huzaar met twee officierspaarden en een reiskoets.
De troepen die over het ijs lopen, marcheren ‘uit de pas’ om te voorkomen dat de dreuning het ijs zou verzwakken. Meer op de voorgrond staat ook de vaandelwacht.
Geheel vooraan staat iemand met een ‘bonnet de police’ ofwel een politiemuts, daarachter iemand met de ‘steek der voluntairs, daarachter iemand met een ‘bonnet à poil’ ofwel de beremuts. 
 
 
 
 
Kaart/plaatgegevens
Titel: Naar het concentratiekamp, januari 1945
Serie: Schoolplaten voor de vaderlandsche geschiedenis
Uitgever: J. B. Wolters
Redactie: J. W. De Jongh, H. Wagenvoort
Illustrator: J. H. Isings
Druk / jaar:
Locatie: Amersfoort
Technische informatie: Naar een aquarel, karton
Opmerking:
 
We zien een groep mensen onder zware bewaking op weg naar het concentratiekamp. Volgens de docentenhandleiding is het een groep jongemannen die kort er voor is opgejaagd en gegrepen. In het midden loopt een man die aan zijn hoofd is verbonden. Geheel rechts staat een Obergefreiter die de groep toeschreeuwt dat zij bij elkaar moeten blijven en niet af mogen zakken. De Obergefreiter, een rang die lager is dan een onderofficier, draagt een Stahlhelm met daar op afgebeeld een rijkswapenschild. De helm is in camouflagekleuren geschilderd. Zijn rangteken draagt hij op zijn linkermouw van zijn lange jas. De andere soldaten dragen een muts met de afbeelding van de rijksadelaar en het hakenkruis. Achteraan loopt een Feldwebel. Een Feldwebel is een onderofficier en herkenbaar aan zijn platte pet. Volgens de handleiding waren even daarvoor kinderen bezig met het sprokkelen van hout, maar vluchtten toen de groep aankwam.
 
 
 
Kaart/Plaatgegevens
Figuur
Titel: Laatste gevecht aan de Grebbelinie, Huzaren en Marechaussee's verdedigen het viaduct te Rhenen - Mei 1940
Serie: Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis
Druk: 1950 
Uitgever: M. Stenvert en Zoon, Apeldoorn / Meppel
Illustrator: Stan de Reuder
Locatie: Viaduct in Rhenen
Techniek:
 
Het laatste gevecht bij een viaduct in Rhenen geeft de toestand weer waarin de Nederlanders zich bevonden. De slag duurde van 11 tot 14 mei 1940. De afbeelding toont Huzaren en Marechaussees. We zien een mitrailleur en geweren. Op de achtergrond ligt een houthandel. De afbeelding zou naar een foto van een officier zijn gemaakt. 
Het ‘moraal’ van de militaire en verschillende omstandigheden zouden de troepen hebben doen vluchten. Enkele van die omstandigheden waren de slechte uitrusting van de wapens, het ontbreken van luchtsteun en de obstakels in de directe omgeving (boomgaarden, keten). De inundatie werkte ook nog niet omdat het nog moest worden afgemaakt.
Bron: www.grebbeberg.nl
gebouwen en bijzondere locaties
 
 
 
Kaart/Plaatgegevens
Titel: In de Rechtzaal te Utrecht
Serie:
Uitgever: Wolters (Uitgeverij Rijkspostspaarbank)
Redactie:  
Illustrator: Rien Goris
Foto: Antiquariaat Quaeckernaeck
Materiaal: karton
Locatie: Utrecht, Hamburgerstraat
Opmerking: Drukkerij De Jong & Co. Gemaakt in 1956, 80x65
 
We zien het interieur van de Arrondissementsrechtbank in de Hamburgerstraat 28 in Utrecht. Voorgesteld is een zitting. De schoolplaat toont ons de verdachte, de rechter en zijn …Het Utrechts Archief (www.hetutrechtsarchief.nl) zegt er over dat de in beeld gebrachte ruimte niet met de werkelijkheid overeenkomt. Volgens de redacteur, die even daarvoor schreef over vrijheid, bevinden we ons nu ‘in de besloten ruimte van een in haar soberheid imponerende zaal, waar nauwelijks enig gerucht van buiten doordringt’.
 
 
 
Kaart/Plaatgegevens
Titel: Paleis Soestdijk
Serie: Aerofoto KLM
Uitgever: NV H. ten Brink’s Uitgeverij, Meppel
Redactie: 
Illustrator: Aerofoto KLM
Foto: Antiquariaat Quaeckernaeck
Materiaal: karton
Locatie: Soestdijk
Opmerking: Ná 1938 (Meppel weer als vestigingsplaats). Mogelijk 1946 / 1947, uitgever foto Rembrandt
 
  
 
Het Koninklijk Paleis in Soestdijk is door de KLM gefotografeerd en op schoolplaat gezet. Uit de bijbehorende handleiding: ‘Er was eens … Zo beginnen de sprookjes, die we onze kinderen vertellen en waarin we onszelf evenzeer verlustigen als de gretige toehoorsters en toehoorders. Onze plaat roept onwillekeurig de lust wakker om op de wijze van het sprookje voort te fantaseren en een boeiend en spannend relaas te geven van al wat zich in dit witte paleis met zijn gebogen vleugel afgespeeld heeft en nog steeds afspeelt te midden van de ruisende bossen, …’
Platteland: Stichtsche boerenwoning
 
 
Kaart/Plaatgegevens
Titel: Stichtsche boerenwoning
Serie: 125 wandplaten voor teekenonderwijs
Uitgever: D. Mijs, Tiel
Lithograaf: Faddegom & Co.
Illustrator: Zwier en Jansma
Foto: Antiquariaat Quaeckernaeck
Opmerking:
 
We zien een lithografische schoolplaat van een Stichtse Boerenwoning op karton. Het is een van de 125 voorbeelden uit deze serie. Het betreft nummer 51. De eerste druk werd in latijnse nummerring genummerd, de latere druk in Arabische nummering.
 
 
 
Kaart/Plaatgegevens
Figuur 25
Titel: Een stad in de Middeleeuwen
Serie: Schoolplaten voor de vaderlandsche geschiedenis
Druk: ca. 1926, 1946 (opnieuw overschilderd)
Uitgever: Wolters
Redactie: J.W. de Jongh, H. Wagenvoort (e.a.)
Illustrator: J. H. Isings
Foto: Antiquariaat De Kantlijn
Materiaal: Karton
Techniek: Aquarel
Locatie: Geen. Naar verschillende steden waaronder Utrecht.
Opmerking: De plaat kent twee versies. Het verschil is op te merken aan de zakken recht voor. Bij de tweede versie is een zak dichtgeknoopt.
 
We zien een marktplein. Paard en wagen voeren handelswaar aan. Er wordt gehandeld. Aan de rechterkant staat een waag. Boeren brengen hun graan naar de waag zodat het gewogen kan worden en door stedelijke keurmeesters ofwel ‘vinders’ kan worden gekeurd. Links zien we en twee bedelaars of ‘ellendigen’, zoals ze in de docentenhandleiding worden genoemd en een bedevaartganger die een ‘penningbroodje in ontvangst neemt. Het afgebeelde Sint Antoniusvarken draagt een bel. Een ridder te paard houdt een valk op zijn hand. De orde wordt bewaakt door de schout en zijn rakkers. Aan der rechterkant is naast de waag ook het schepenhuis en het raadhuis afgebeeld en aan de linkerkant enkele huizen van hout en steen. Aan de muur van het schepenhuis is een kaak afgebeeld met halsband en beenketting voor veroordeelden. Opvallend is de blauwe mantel van het Mariabeeld.
 
De plaat Een stad in de Middeleeuwen toont een niet nader omschreven stad. Toch zijn alle details bestaand. De gemetselde boog en het kapiteel zijn naar het Haarlemse stadhuis, de weegschaal naar een beeld in Neurenberg. Het getoonde Mariabeeld uit Nijmegen staat op een console in de Nieuwe Zijds Kapel in Amsterdam. De afgebeelde balkadijn is afkomstig van een kasteel in Gemert. Op de achtergrond is het stadhuis van Kampen te zien met de toren van het stadhuis van Alkmaar. De woonhuizen zijn geschetst in Mechelen, Middelburg, Edam Zierikzee en Utrecht. (bron: Het ontstaan van Isings historische schoolplaten, NRC, 18 juni 1982.) 
 
Kaart/Plaatgegevens
Titel: De Dom te Utrecht (1934)
Serie: Aardrijkskundige wandplaten van Nederland
Uitgever: Noordhoff
Redactie: Schuiling, De Feijter
Illustrator: R.S. Bakels
Foto: Antiquariaat Quaeckernaeck
Opmerking:
 
We zien De Dom te Utrecht. De Domtoren, de Oude Gracht en de werven met werfkelders. De Domtoren (112 meter, en hiermee de grootste kerktoren van Nederland) is vanaf 1254 gebouwd als kathedraal van het bisdom Utrecht in opdracht van Bisschop Frederik van Sierck. In 1674 is door toedoen van een orkaan de kerk van de toren gescheiden. De kerk is vanaf 1580 protestants.
De oude gracht is ongeveer twee kilometer lang en verbindt de Kromme Rijn met de Vecht. De werven werden in de middeleeuwen aangelegd vanwege de bloeiende handel die daarboven op de Oude Gracht plaatsvond. 
 
  
 
Meer informatie:
 
Websites (geraadpleegd):
 
 
 
 
 
Geraadpleegde literatuur:
Kleine Winkler Prins in kleur, tweede herziene druk, 1979
Encyclopedie Winkler Prins, vierde herziene en bijgewerkte druk 1915, 1919, 1922
Scheen, Pieter A., Nederlandse Beeldende Kunstenaars 1750 – 1950, Scheen, Den Haag, 1969/70
Jongh J.W. de, (H. Wagenvoort), (J.J. Moerman), (D. Wijbenga)  Schoolplaten voor de vaderlandsche geschiedenis. J.B. Wolters,Groningen/Den Haag/Batavia/Djakarta,
Floris V door de edelen gevangengenomen
Floris V door de edelen omgebracht
Aan de Hollandsche Waterlinie
Czaar Peter de Grote bezoekt een buitenplaats aan de Vecht, 1719 (Gezicht op de tuin en de waterwerken)
Czaar Peter de Grote bezoekt een buitenplaats aan de Vecht, 1719 (Gezicht op het huis en de rivier)
Een zomermiddag met den Muiderkring
Een hagepreek buiten Utrecht
Sprooksprekers in de Ridderzaal, 1394
Franse troepen trekken over de Lek
Donkers, H.,Verdwenen Nederland, Wolters-Noordhoff, Groningen, 2006
Schuring, H., F. van den Beemt, T. van Ruiten, Veranderend Landschap, Min. LNV, 1992
Snoep,D.P. , Jan Jaap Heij, De geschiedenis gekleurd, Centraal Museum (Utrecht, Netherlands), Provincial Museum van Drenthe, 1982
Meulen, R. van der,  Algemeene aardrijkskundige bibliografie van Nederland, Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, Leiden E.J. Brill, 1888
Willems, W.G.M., Het hangt aan de muur en sticht. In: De negentiende eeuw vol. 20 (1996), afl. 3, pag. 185-191 (7)
Donkersloot-de Vrij, M., Repertorium van Nederlandse kaartmakers 1500-1900, Utrecht, 2003
 
Andere artikelen door John Quakernaat
Honderd jaar vaderlandsche geschiedenis in schoolplaten. Utrecht, 2010
Schoolplaten over de Vechtstreek, Van Vredenburgh tot in de pruimentijd. Utrecht, 2011
Stichtse Vecht in schoolplaten (Tussen Maarsen en Breukelen ligt Loenen). Utrecht, 2011


[1] In de ‘Scheen’ wordt vermeld dat hij in juli van het jaar 1626 is overleden. Volgens de website Hoevenaar-art wordt 20 augustus 1925 genoemd als datum van overlijden en wel in de Nachtegaalstraat.
[3] Wikipedia, gemeten op 30 november 2009, geraadpleegd 8 juli 2011.
[4] Encyclopedie Winkler Prins, vierde herziene en bijgewerkte druk
1915, 1919, 1922
[5] Kleine Winkler Prins in kleur, tweede herziene druk, 1979
 
[6] Over Willibrord worden vele verschillende verhalen verteld. Tegenstrijdigheden zijn niet te voorkomen. De informatie over Willibrord die in dit artikel staan zijn slechts ter illustratie.
[7] Uitgeverij/drukkerij A. Ophorst (overleden in 1901), is in 1863 opgericht. Stopte in de jaren dertig van de vorige eeuw. Bron: Gemeentearchief Rhenen.
[8] Vóór 1915. Een serie met dezelfde naam, van dezelfde redacteur is vóór 1901 uitgegeven bij N. Veenstra , Den Haag. Snoep D.P., ‘De geschiedenis gekleurd’ . In D.P. Snoep & J.J. Heij, De geschiedenis gekleurd , Utrecht/Assen, 1982, p 13.
[9] http://www.oud-baarn.nl/telboek1915.htm
[10] Bron: Biografisch Portaal van Nederland (www.biografischportaal.nl , geraadpleegd 13 juli 2011)

HomeSchoolplatenOverigeAchtergrondinformatieOfferte aanvragenInfo en contactBoekverzoekjesActueelIn de picture